getal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- abstracte weergave van een hoeveelheid m.b.v. cijfers en eventueel een komma en een punt
- vorm van een woord die aangeeft of er sprake is van één of meer eenheden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| getallen | meervoud |
| getalletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| getalletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘cijfer, aantal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van getal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getale | neuter | getal |
| getallen | meervoud | getal |
| getalletje | verkleinwoord | getal |
| getalletjes | verkleinwoord meervoud | getal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van getal zijn vastgelegd.