Naar de inhoud

neuzen

snuffelen, met de neus onderzoeken

neuzen is meer dan één woord

neuzen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. snuffelen, met de neus onderzoeken
  2. ~ in zoeken
  3. bemoeien

Vervoeging van neuzen

neuzenhele werkwoord — neusdeverleden tijd enkelvoud — neusdenverleden tijd meervoud — geneusdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik neus neusde
jij neust neusde
hij, zij, het neust neusde
wij neuzen neusden
jullie neuzen neusden
zij neuzen neusden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geneusd verleden tijd, deelwoord
geneusd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geneusd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geneusd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geneusd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geneusd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geneusd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geneusd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geneusd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geneusd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geneusd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geneusd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geneusd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geneusd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geneusd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geneusd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geneusd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geneusd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
neus gebiedende wijs
neusde verleden tijd
neuze aanvoegende wijs
neuzend onvoltooid, deelwoord
te hebben geneusd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te neuzen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen neuzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geneusd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geneusd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geneusd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal neuzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal neuzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal neuzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geneusd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geneusd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geneusd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou neuzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou neuzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou neuzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geneusd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geneusd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geneusd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden neuzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden neuzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden neuzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geneusd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt neuzen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geneusd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geneusd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geneusd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen neuzen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen neuzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen neuzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen neuzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geneusd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult neuzen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord neus

Woordfamilie van neuzen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geneusd voltooid deelwoord neuzen
neusde verleden tijd neuzen
neusden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon neuzen
neust aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon neuzen
neuze aanvoegende wijs neuzen
neuzend onvoltooid deelwoord neuzen
neuzende woordvorm neuzen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neuzen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over neuzen

Wat is de betekenis van neuzen?
Neuzen is een werkwoord. De betekenis is: snuffelen, met de neus onderzoeken. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik neuzen?
Zo vervoeg je neuzen zo: de tegenwoordige tijd is neus, de verleden tijd is neusde en het voltooid deelwoord is geneusd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord neuzen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. E 1
  3. U 4
  4. Z 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

neuzen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. E 1
  3. U 2
  4. Z 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

neuzen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

neuzen in het kort

neuzen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van neuzen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort neuzen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

neuzen: snuffelen, met de neus onderzoeken
Deel neuzen — standaardnederlands.nl