Naar de inhoud

neuzelen

snuffelen

neuzelen

werkwoord ˈnøzələ(n)

Betekenis

  1. snuffelen
  2. onduidelijk nasaal praten
  3. over zinloze dingen praten

Hoe spreek je neuzelen uit?

/ˈnøzələn/

Neuzelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈnøzələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
n nek
ø deur
z zon
ə de
l land
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van neuzelen

neuzelenhele werkwoord — neuzeldeverleden tijd enkelvoud — neuzeldenverleden tijd meervoud — geneuzeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik neuzel neuzelde
jij neuzelt neuzelde
hij, zij, het neuzelt neuzelde
wij neuzelen neuzelden
jullie neuzelen neuzelden
zij neuzelen neuzelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geneuzeld verleden tijd, deelwoord
geneuzeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geneuzeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geneuzeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geneuzeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geneuzeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geneuzeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geneuzeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geneuzeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geneuzeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geneuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geneuzeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geneuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geneuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geneuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geneuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geneuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geneuzeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
neuzel gebiedende wijs
neuzelde verleden tijd
neuzele aanvoegende wijs
neuzelend onvoltooid, deelwoord
te hebben geneuzeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te neuzelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen neuzelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geneuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geneuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geneuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geneuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geneuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geneuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geneuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geneuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geneuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geneuzeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geneuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geneuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geneuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen neuzelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geneuzeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult neuzelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘door de neus praten’ voor het eerst aangetroffen in 1531

Woordfamilie van neuzelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geneuzeld voltooid deelwoord neuzelen
neuzel gebiedende wijs neuzelen
neuzelde verleden tijd neuzelen
neuzelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon neuzelen
neuzele aanvoegende wijs neuzelen
neuzelend onvoltooid deelwoord neuzelen
neuzelende woordvorm neuzelen
neuzelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon neuzelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neuzelen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over neuzelen

Hoe spreek je neuzelen uit?
De uitspraak van neuzelen is: /ˈnøzələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent neuzelen?
Neuzelen is een werkwoord. Het woord betekent: snuffelen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je neuzelen?
Je vervoegt neuzelen als volgt: de tegenwoordige tijd is neuzel, de verleden tijd is neuzelde en het voltooid deelwoord is geneuzeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord neuzelen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. E 1
  3. U 4
  4. Z 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

neuzelen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. E 1
  3. U 2
  4. Z 5
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

neuzelen in het kort

neuzelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van neuzelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort neuzelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

neuzelen: snuffelen
Deel neuzelen — standaardnederlands.nl