neusamandel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- klier op de achterste keelwand ter hoogte van de buis van Eustachius, die een rol speelt bij de opbouw van het afweersysteem en die na het tiende levensjaar atrofieert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| neusamandelen | meervoud |
| neusamandeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| neusamandeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van neus en amandel
Woordfamilie van neusamandel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| neusamandelen | meervoud | neusamandel |
| neusamandeltje | verkleinwoord | neusamandel |
| neusamandeltjes | verkleinwoord meervoud | neusamandel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neusamandel zijn vastgelegd.