neuken
werkwoord ˈnøkə(n)Betekenis
- geslachtsgemeenschap hebben
- stoten; duwen
Hoe spreek je neuken uit?
/ˈnøkən/
Neuken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ø | deur |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- geslachtsgemeenschap hebben met transitive
Vervoeging van neuken
neukenhele werkwoord — neukteverleden tijd enkelvoud — neuktenverleden tijd meervoud — geneuktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | neuk | neukte |
| jij | neukt | neukte |
| hij, zij, het | neukt | neukte |
| wij | neuken | neukten |
| jullie | neuken | neukten |
| zij | neuken | neukten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geneukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geneukt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geneukt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geneukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geneukt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geneukt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geneukt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geneukt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geneukt | verleden tijd, deelwoord |
| geneukt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geneukt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geneukt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geneukt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geneukt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geneukt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geneukt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geneukt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geneukt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geneukt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geneukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geneukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geneukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geneukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geneukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geneukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geneukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geneukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| neuk | gebiedende wijs |
| neuke | aanvoegende wijs |
| neukend | onvoltooid, deelwoord |
| neukte | verleden tijd |
| te hebben geneukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te neuken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen neuken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geneukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geneukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geneukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geneukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geneukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geneukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geneukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geneukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geneukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geneukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geneukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geneukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geneukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geneukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geneukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geneukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal neuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal neuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal neuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geneukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou neuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou neuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou neuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden neuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden neuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden neuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geneukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geneukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt neuken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geneukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geneukt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geneukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen neuken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen neuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen neuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen neuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geneukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geneukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geneukt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult neuken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
cognaat met Nedersaksisch nöken en Deens nykke "stoten" **[1] in de betekenis van ‘geslachtsgemeenschap hebben’ aangetroffen vanaf 1762
Woordfamilie van neuken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geneukt | voltooid deelwoord | neuken |
| geneukte | woordvorm | neuken |
| neuk | gebiedende wijs | neuken |
| neuke | aanvoegende wijs | neuken |
| neukend | onvoltooid deelwoord | neuken |
| neukende | woordvorm | neuken |
| neukt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | neuken |
| neukte | verleden tijd | neuken |
| neukten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | neuken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neuken zijn vastgelegd.