keuken
zelfstandig naamwoord /ˈkøːkə(n)/Betekenis
- een plaats waar gekookt wordt, ruimte waarin mensen hun voedsel bereiden
- de wijze waarop in een land of streek gekookt wordt
Hoe spreek je keuken uit?
/ˈkøkən/
Keuken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ø | deur |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| keukens | enkelvoud |
| keukentje | verkleinwoord, eerste persoon |
| keukentjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kookvertrek’ voor het eerst aangetroffen in 1236
Woordfamilie van keuken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| keukens | enkelvoud | keuken |
| keukentje | verkleinwoord, 1e persoon | keuken |
| keukentjes | verkleinwoord | keuken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van keuken zijn vastgelegd.