bemesten
werkwoord bəˈmɛstə(n)Betekenis
- het toevoegen van meststoffen aan de aarde om deze vruchtbaar te maken.
Hoe spreek je bemesten uit?
/bəˈmɛstən/
Bemesten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| m | maan |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| t | tak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bemesten
bemestenhele werkwoord — bemestteverleden tijd enkelvoud — bemesttenverleden tijd meervoud — bemestvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bemest | bemestte |
| jij | bemest | bemestte |
| hij, zij, het | bemest | bemestte |
| wij | bemesten | bemestten |
| jullie | bemesten | bemestten |
| zij | bemesten | bemestten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bemest | gebiedende wijs |
| bemest | verleden tijd, deelwoord |
| bemest te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bemest te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bemest te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemest te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemest te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemest worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bemest zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bemest zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemest zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemest zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemeste | aanvoegende wijs |
| bemestend | onvoltooid, deelwoord |
| bemestte | verleden tijd |
| ben bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bemest | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bemest | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bemest | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bemest | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bemest worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bemest zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bemest worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bemest zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bemest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bemest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bemest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bemest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bemest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bemest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bemest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bemesten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bemest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bemesten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bemest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bemest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bemest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bemest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bemest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bemest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bemest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bemest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bemest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bemest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bemest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bemest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bemest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bemest | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bemest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bemest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bemest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bemest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bemest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bemest | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bemest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bemest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bemest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bemest zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemest zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bemest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bemest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bemest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bemest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemest zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemest zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bemest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bemest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bemest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemest zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemest zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bemest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemest worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemest zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bemest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bemest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bemest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemest zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemest zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemest zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemesten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bemest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemest worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemest zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemesten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van mest met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van bemesten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bemestend | onvoltooid deelwoord | bemesten |
| bemestende | woordvorm | bemesten |
| bemestte | verleden tijd | bemesten |
| bemestten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bemesten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bemesten zijn vastgelegd.