mopperen
werkwoord ˈmɔpərə(n)Betekenis
- onvrede uiten
Hoe spreek je mopperen uit?
/ˈmɔpərən/
Mopperen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɔ | bot |
| p | pak |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van mopperen
mopperenhele werkwoord — mopperdeverleden tijd enkelvoud — mopperdenverleden tijd meervoud — gemopperdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | mopper | mopperde |
| jij | moppert | mopperde |
| hij, zij, het | moppert | mopperde |
| wij | mopperen | mopperden |
| jullie | mopperen | mopperden |
| zij | mopperen | mopperden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gemopperd | verleden tijd, deelwoord |
| gemopperd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemopperd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemopperd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemopperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemopperd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemopperd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemopperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemopperd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemopperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemopperd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemopperd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mopper | gebiedende wijs |
| mopperde | verleden tijd |
| moppere | aanvoegende wijs |
| mopperend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemopperd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te mopperen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen mopperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemopperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen mopperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemopperd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult mopperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘brommen’ voor het eerst aangetroffen in 1853
Woordfamilie van mopperen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemopperd | voltooid deelwoord | mopperen |
| mopper | gebiedende wijs | mopperen |
| mopperde | verleden tijd | mopperen |
| mopperden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | mopperen |
| moppere | aanvoegende wijs | mopperen |
| mopperend | onvoltooid deelwoord | mopperen |
| mopperende | woordvorm | mopperen |
| moppert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | mopperen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mopperen zijn vastgelegd.