Naar de inhoud

kankeren

~ op uit protest schelden

kankeren

werkwoord ˈkɑŋkərə(n)

Betekenis

  1. ~ op uit protest schelden

Hoe spreek je kankeren uit?

/ˈkɑŋkərən/

Kankeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkɑŋkərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɑ bad
ŋ ding
ə de
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. klagen, zich ontevreden uiten, zeuren unergative

Vervoeging van kankeren

kankerenhele werkwoord — kankerdeverleden tijd enkelvoud — kankerdenverleden tijd meervoud — gekankerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kanker kankerde
jij kankert kankerde
hij, zij, het kankert kankerde
wij kankeren kankerden
jullie kankeren kankerden
zij kankeren kankerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekankerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekankerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekankerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekankerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekankerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekankerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekankerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekankerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekankerd verleden tijd, deelwoord
gekankerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekankerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekankerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekankerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekankerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekankerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekankerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekankerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekankerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekankerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekankerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekankerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekankerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekankerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekankerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekankerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekankerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kanker gebiedende wijs
kankerde verleden tijd
kankere aanvoegende wijs
kankerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekankerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kankeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kankeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekankerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekankerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekankerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekankerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kankeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekankerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekankerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekankerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kankeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekankerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kankeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van kanker zn met het achtervoegsel -en, in de betekenis van ‘zich morrend beklagen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1904

Woordfamilie van kankeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekankerd voltooid deelwoord kankeren
kankerde verleden tijd kankeren
kankerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kankeren
kankere aanvoegende wijs kankeren
kankerend onvoltooid deelwoord kankeren
kankerende woordvorm kankeren
kankert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kankeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kankeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kankeren

Hoe spreek je kankeren uit?
De uitspraak van kankeren is: /ˈkɑŋkərə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent kankeren?
Kankeren is een werkwoord. Het woord betekent: ~ op uit protest schelden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je kankeren?
Je vervoegt kankeren als volgt: de tegenwoordige tijd is kanker, de verleden tijd is kankerde en het voltooid deelwoord is gekankerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kankeren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kankeren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kankeren in het kort

kankeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van kankeren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kankeren bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kankeren: ~ op uit protest schelden
Deel kankeren — standaardnederlands.nl