miskomen
werkwoordBetekenis
- ongelegen komen
Vervoeging van miskomen
miskomenhele werkwoord — miskwamverleden tijd enkelvoud — miskwamenverleden tijd meervoud — miskomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | miskom | miskwam |
| jij | miskomt | miskwaamt |
| hij, zij, het | miskomt | miskwam |
| wij | miskomen | miskwamen |
| jullie | miskomen | miskwamen |
| zij | miskomen | miskwamen |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben miskomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent miskomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is miskomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is miskomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| miskom | gebiedende wijs |
| miskome | aanvoegende wijs |
| miskomen | verleden tijd, deelwoord |
| miskomen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| miskomen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| miskomend | onvoltooid, deelwoord |
| miskwam | verleden tijd |
| te miskomen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn miskomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen miskomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart miskomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren miskomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren miskomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren miskomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was miskomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was miskomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was miskomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal miskomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal miskomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal miskomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn miskomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn miskomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn miskomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn miskomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt miskomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou miskomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou miskomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou miskomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden miskomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden miskomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden miskomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt miskomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen miskomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen miskomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen miskomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen miskomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult miskomen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult miskomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van mis en komen ww
Woordfamilie van miskomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| miskom | gebiedende wijs | miskomen |
| miskome | aanvoegende wijs | miskomen |
| miskomend | onvoltooid deelwoord | miskomen |
| miskomende | woordvorm | miskomen |
| miskomt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | miskomen |
| miskwam | verleden tijd | miskomen |
| miskwamen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | miskomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van miskomen zijn vastgelegd.