miskoop
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈmɪskopBetekenis
- een koop waar je spijt van hebt en die je dus beter niet had kunnen doen
Hoe spreek je miskoop uit?
/ˈmɪskop/
Miskoop bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| k | kat |
| o | boot |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- aanschaf waar je spijt van hebt en die je dus beter niet had kunnen doen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| miskoopje | verkleinwoord, enkelvoud |
| miskoopjes | verkleinwoord, meervoud |
| miskopen | meervoud |
| mískoop | canonical |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich miskopen
- gebiedende wijs van zich miskopen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zich miskopen
Vervoeging van miskoop
miskoophele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| miskóóp me | canonical |
Herkomst
zn: samenstelling van mis bn en koop zn
Woordfamilie van miskoop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| miskoopje | verkleinwoord | miskoop |
| miskoopjes | verkleinwoord meervoud | miskoop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van miskoop zijn vastgelegd.