miskleunen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- op onnadenkende wijze iets volledig verkeerd aanpakken
Vervoeging van miskleunen
miskleunenhele werkwoord — kleunde misverleden tijd enkelvoud — kleunden misverleden tijd meervoud — misgekleundvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kleun mis | kleunde mis |
| jij | kleunt mis | kleunde mis |
| hij, zij, het | kleunt mis | kleunde mis |
| wij | kleunen mis | kleunden mis |
| jullie | kleunen mis | kleunden mis |
| zij | kleunen mis | kleunden mis |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had misgekleund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had misgekleund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had misgekleund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden misgekleund | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden misgekleund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden misgekleund | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt misgekleund | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb misgekleund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misgekleund | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben misgekleund | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misgekleund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben misgekleund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt misgekleund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misgekleund | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misgekleund | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kleun mis | gebiedende wijs |
| kleunde mis | verleden tijd |
| mis te kleunen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mis te zullen kleunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mis zal kleunen | bijzin, toekomende tijd |
| mis zou kleunen | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zouden kleunen | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zoudt kleunen | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zullen kleunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mis zullen kleunen | bijzin, toekomende tijd |
| mis zult kleunen | bijzin, toekomende tijd |
| misgekleund | verleden tijd, deelwoord |
| misgekleund te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misgekleund zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| miskleun | bijzin, tegenwoordige tijd |
| miskleunde | bijzin, verleden tijd |
| miskleunden | bijzin, verleden tijd |
| miskleunend | onvoltooid, deelwoord |
| miskleunt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben misgekleund | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen miskleunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal misgekleund hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal misgekleund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal misgekleund hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal miskleunen | bijzin, toekomende tijd |
| zou misgekleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou misgekleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou misgekleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou miskleunen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) miskleunen mis zou(dt) kleunen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden misgekleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden misgekleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden misgekleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden miskleunen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt misgekleund hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt miskleunen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen misgekleund hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen misgekleund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen misgekleund hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen miskleunen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen miskleunen | bijzin, toekomende tijd |
| zult misgekleund hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult miskleunen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult miskleunen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal miskleunen mis zult/zal kleunen | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord miskleun
Herkomst
samenstelling van mis bw en kleunen ww
Woordfamilie van miskleunen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kleun mis | gebiedende wijs | miskleunen |
| kleunde mis | verleden tijd | miskleunen |
| kleunden mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | miskleunen |
| kleune mis | woordvorm | miskleunen |
| kleunen mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | miskleunen |
| kleunt mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | miskleunen |
| misgekleund | voltooid deelwoord | miskleunen |
| miskleunde | subordinate-clause, verleden tijd | miskleunen |
| miskleunden | subordinate-clause, verleden tijd | miskleunen |
| miskleune | with-subordinate-clause | miskleunen |
| miskleunend | onvoltooid deelwoord | miskleunen |
| miskleunende | woordvorm | miskleunen |
| miskleunt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | miskleunen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van miskleunen zijn vastgelegd.