melken
werkwoord /mɛlkə(n)/Betekenis
- de melk uit de klieren van een zoogdier halen
- overdrachtelijk: iets nuttigs aftappen, iets uitbaten
- fokken, houden
Hoe spreek je melken uit?
/mɛlkən/
Melken bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛ | bed |
| l | land |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
Vervoeging van melken
melkenhele werkwoord — melkteverleden tijd enkelvoud — melktenverleden tijd meervoud — gemolkenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | melk | melkte |
| jij | melkt | melkte |
| hij, zij, het | melkt | melkte |
| wij | melken | melkten |
| jullie | melken | melkten |
| zij | melken | melkten |
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gemolken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemolken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemolken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemolken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemolken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemolken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemolken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemolken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemolken | verleden tijd, deelwoord |
| gemolken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemolken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemolken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemolken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemolken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemolken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemolken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemolken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemolken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemolken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemolken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemolken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemolken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemolken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemolken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemolken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemolken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| melk | gebiedende wijs |
| melke | aanvoegende wijs |
| melkend | onvoltooid, deelwoord |
| melkte | verleden tijd |
| molk | verleden tijd |
| te hebben gemolken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te melken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen melken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemolken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemolken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemolken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal melken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal melken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal melken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemolken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemolken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemolken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou melken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou melken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou melken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemolken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemolken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemolken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden melken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden melken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden melken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemolken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt melken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemolken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemolken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemolken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen melken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen melken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen melken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen melken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemolken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult melken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘van melk ontlasten’ voor het eerst aangetroffen in 1300
Woordfamilie van melken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemolken | voltooid deelwoord | melken |
| melke | aanvoegende wijs | melken |
| melkend | onvoltooid deelwoord | melken |
| melkende | woordvorm | melken |
| melkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | melken |
| melkte | verleden tijd | melken |
| melkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | melken |
| molk | verleden tijd | melken |
| molken | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | melken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van melken zijn vastgelegd.