melkkoker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hoge pan met doorboord deksel om melk te koken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| melkkokers | meervoud |
| melkkokertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| melkkokertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van melk en koker
Woordfamilie van melkkoker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| melkkokers | meervoud | melkkoker |
| melkkokertje | verkleinwoord | melkkoker |
| melkkokertjes | verkleinwoord meervoud | melkkoker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van melkkoker zijn vastgelegd.