Naar de inhoud

aanmaken

een bepaalde substantie produceren

aanmaken

werkwoord ˈamakə(n)

Betekenis

  1. een bepaalde substantie produceren
  2. een nieuw exemplaar van iets maken, voornamelijk op een computer
  3. doen ontbranden
  4. toebereiden, op smaak brengen door toevoeging van iets

Hoe spreek je aanmaken uit?

/ˈamakən/

Aanmaken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈamakən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanmaken

aanmakenhele werkwoord — maakte aanverleden tijd enkelvoud — maakten aanverleden tijd meervoud — aangemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak aan maakte aan
jij maakt aan maakte aan
hij, zij, het maakt aan maakte aan
wij maken aan maakten aan
jullie maken aan maakten aan
zij maken aan maakten aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal maken bijzin, toekomende tijd
aan zou maken bijzin, voorwaardelijk
aan zouden maken bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
aan zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen maken bijzin, toekomende tijd
aan zult maken bijzin, toekomende tijd
aangemaakt verleden tijd, deelwoord
aangemaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangemaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangemaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangemaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangemaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanmaak bijzin, tegenwoordige tijd
aanmaakt bijzin, tegenwoordige tijd
aanmaakte bijzin, verleden tijd
aanmaakten bijzin, verleden tijd
aanmakend onvoltooid, deelwoord
ben aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maak aan gebiedende wijs
maakte aan verleden tijd
te hebben aangemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanmaken bijzin, toekomende tijd
zijn aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanmaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanmaken aan zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden aangemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanmaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanmaken bijzin, voorwaardelijk
zullen aangemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanmaken bijzin, toekomende tijd
zult aangemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

[1], [2], [4] samenstelling van aan vz en maken ww

Woordfamilie van aanmaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangemaakt voltooid deelwoord aanmaken
aangemaakte woordvorm aanmaken
aanmaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanmaken
aanmaakte subordinate-clause, verleden tijd aanmaken
aanmaakten subordinate-clause, verleden tijd aanmaken
aanmake with-subordinate-clause aanmaken
aanmakend onvoltooid deelwoord aanmaken
aanmakende woordvorm aanmaken
maak aan gebiedende wijs aanmaken
maakt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanmaken
maakte aan verleden tijd aanmaken
maakten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanmaken
make aan woordvorm aanmaken
maken aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanmaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanmaken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanmaken

Hoe spreek je aanmaken uit?
De uitspraak van aanmaken is: /ˈamakə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanmaken?
Aanmaken is een werkwoord. Het woord betekent: een bepaalde substantie produceren. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanmaken?
Je vervoegt aanmaken als volgt: het voltooid deelwoord is aangemaakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanmaken is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. A 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanmaken levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. A 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 zonder bonus
  10. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanmaken in het kort

aanmaken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanmaken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanmaken bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanmaken: een bepaalde substantie produceren
Deel aanmaken — standaardnederlands.nl