Naar de inhoud

luizen

luizen vangen

luizen is meer dan één woord

luizen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈlœyzə(n)

Betekenis

  1. luizen vangen
  2. ergens in lopen
  3. nog even blijven in bed blijven liggen tijdens het ontwaken
  4. jonge okselscheuten weghalen
  5. tweede betekenisomschrijving
  6. enz.

Hoe spreek je luizen uit?

/ˈlœyzən/

Luizen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈlœyzən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
l land
œy huis
z zon
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van luizen

luizenhele werkwoord — luisdeverleden tijd enkelvoud — luisdenverleden tijd meervoud — geluisdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik luis luisde
jij luist luisde
hij, zij, het luist luisde
wij luizen luisden
jullie luizen luisden
zij luizen luisden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geluisd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geluisd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geluisd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geluisd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geluisd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geluisd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geluisd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geluisd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geluisd verleden tijd, deelwoord
geluisd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geluisd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geluisd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geluisd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geluisd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geluisd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geluisd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geluisd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geluisd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geluisd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geluisd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geluisd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geluisd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geluisd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geluisd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geluisd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geluisd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
luis gebiedende wijs
luisde verleden tijd
luize aanvoegende wijs
luizend onvoltooid, deelwoord
te hebben geluisd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te luizen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen luizen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geluisd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geluisd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geluisd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal luizen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal luizen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal luizen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou luizen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou luizen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou luizen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden luizen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden luizen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden luizen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geluisd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt luizen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geluisd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geluisd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geluisd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen luizen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen luizen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen luizen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen luizen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geluisd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult luizen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord luis

Herkomst

ww: afgeleid van luis zn met het achtervoegsel -en, waarbij de slotmedeklinker weer stemhebbend wordt

Woordfamilie van luizen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geluisd voltooid deelwoord luizen
geluisde woordvorm luizen
luisde verleden tijd luizen
luisden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon luizen
luize aanvoegende wijs luizen
luizend onvoltooid deelwoord luizen
luizende woordvorm luizen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van luizen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over luizen

Hoe spreek ik luizen uit?
Zo spreek je luizen uit: /ˈlœyzə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van luizen?
Luizen is een werkwoord. De betekenis is: luizen vangen. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik luizen?
Zo vervoeg je luizen zo: de tegenwoordige tijd is luis, de verleden tijd is luisde en het voltooid deelwoord is geluisd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op luizen?

Er staan 21 woorden in dit woordenboek die op luizen rijmen, waaronder huizen, muizen en pluizen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op luizen, uitspraak ˈlœyzən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
huizen 2
muizen 2
pluizen 2
verguizen 3
aanloophuizen 4
apenhuizen 4
hengselkruizen 4
hoerenhuizen 4
hugenotenkruizen 6
kluizen 2
knekelhuizen 4
kombuizen 3
oranjehuizen 5
pannenkoekenhuizen 6
processiekruizen 5
transformatorhuizen 6
truizen 2
verthuizen 3
vijfhuizen 3
vliegerkruizen 4
zomerhuizen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord luizen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. U 4
  3. I 1
  4. Z 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

luizen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. U 2
  3. I 2
  4. Z 5
  5. E 1
  6. N 1
  7. 14 zonder bonus
  8. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

luizen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

luizen in het kort

luizen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van luizen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort luizen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

luizen: luizen vangen
Deel luizen — standaardnederlands.nl