zuchten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈzʏxtə(n)Betekenis
- hoorbaar diep uitademen, meestal als uiting van frustratie
Hoe spreek je zuchten uit?
/ˈzʏxtən/
Zuchten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ʏ | put |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van zuchten
zuchtenhele werkwoord — zuchtteverleden tijd enkelvoud — zuchttenverleden tijd meervoud — gezuchtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zucht | zuchtte |
| jij | zucht | zuchtte |
| hij, zij, het | zucht | zuchtte |
| wij | zuchten | zuchtten |
| jullie | zuchten | zuchtten |
| zij | zuchten | zuchtten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gezucht | verleden tijd, deelwoord |
| gezucht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezucht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezucht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezucht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezucht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezucht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezucht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezucht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezucht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezucht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezucht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezucht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezucht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezucht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zuchten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zuchten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gezucht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezucht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezucht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gezucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezucht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zucht | gebiedende wijs |
| zuchte | aanvoegende wijs |
| zuchtend | onvoltooid, deelwoord |
| zuchtte | verleden tijd |
| zullen gezucht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezucht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezucht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zuchten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezucht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zuchten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord zucht
Herkomst
In de betekenis van ‘hoorbaar uitademen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van zuchten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezucht | voltooid deelwoord | zuchten |
| zuchte | aanvoegende wijs | zuchten |
| zuchtte | verleden tijd | zuchten |
| zuchtten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zuchten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zuchten zijn vastgelegd.