slee
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord sleBetekenis
- een vervoermiddel dat wordt voortgetrokken en dat voorzien is van twee glijders
- voorwerp dat gelijkenis hiermee vertoont en kan glijden bijv. een braadslee of een zaagslee
Hoe spreek je slee uit?
/sle/
Slee bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| e | veel |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- zeer luxueuze personenauto informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sleetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sleetjes | verkleinwoord, meervoud |
| sleeën | meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- zuur, scherp, wrang, de tanden stroef makend
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sleeën
- gebiedende wijs van sleeën
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sleeën
Vervoeging van slee
sleehele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘voertuig op ribben’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1266
Woordfamilie van slee
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slees | woordvorm | slee |
| sleest | woordvorm | slee |
| sleeste | woordvorm | slee |
| sleetje | verkleinwoord | slee |
| sleetjes | verkleinwoord meervoud | slee |
| sleeër | woordvorm | slee |
| sleeëre | woordvorm | slee |
| sleeërs | woordvorm | slee |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slee zijn vastgelegd.