grip
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een sterk contact tussen twee oppervlakken waardoor slippen of glijden bemoeilijkt wordt
- een functie uit de filmwereld met diverse taken, zoals opbouw, transport, opbouw camera en het duwen van de dolly
- griep, influenza.
zelfstandig naamwoord — masculine
- een functie uit de filmwereld waar diverse taken mee zijn gemoeid, zoals opbouw, transport, opbouw camera en het duwen van de dolly
- houvast figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gripje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gripjes | verkleinwoord, meervoud |
| grippen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels
Woordfamilie van grip
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gripje | verkleinwoord | grip |
| gripjes | verkleinwoord meervoud | grip |
| grippen | meervoud | grip |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grip zijn vastgelegd.