Naar de inhoud

langsgaan

bezoeken, binnenwippen, aanwippen, langslopen

langsgaan

werkwoord ˈlɑŋsxan

Betekenis

  1. bezoeken, binnenwippen, aanwippen, langslopen
  2. voorbijgaan

Hoe spreek je langsgaan uit?

/ˈlɑŋsxan/

Langsgaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈlɑŋsxan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
l land
ɑ bad
ŋ ding
s sok
x acht
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van langsgaan

langsgaanhele werkwoord — ging langsverleden tijd enkelvoud — gingen langsverleden tijd meervoud — langsgegaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ga langs ging langs
jij gaat langs ging langs
hij, zij, het gaat langs ging langs
wij gaan langs gingen langs
jullie gaan langs gingen langs
zij gaan langs gingen langs
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben langsgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent langsgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
ga langs gebiedende wijs
ging langs verleden tijd
is langsgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is langsgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
langs te gaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
langs te zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
langs zal gaan bijzin, toekomende tijd
langs zou gaan bijzin, voorwaardelijk
langs zouden gaan bijzin, voorwaardelijk
langs zoudt gaan bijzin, voorwaardelijk
langs zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
langs zullen gaan bijzin, toekomende tijd
langs zult gaan bijzin, toekomende tijd
langsga bijzin, tegenwoordige tijd
langsgaand onvoltooid, deelwoord
langsgaat bijzin, tegenwoordige tijd
langsgegaan verleden tijd, deelwoord
langsgegaan te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
langsgegaan zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
langsging bijzin, verleden tijd
langsgingen bijzin, verleden tijd
te zijn langsgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen langsgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart langsgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren langsgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren langsgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren langsgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was langsgegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was langsgegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was langsgegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal langsgaan bijzin, toekomende tijd
zal langsgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal langsgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal langsgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn langsgegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn langsgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn langsgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn langsgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt langsgegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou langsgaan bijzin, voorwaardelijk
zou langsgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou langsgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou langsgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) langsgaan langs zou(dt) gaan bijzin, voorwaardelijk
zouden langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden langsgaan bijzin, voorwaardelijk
zouden langsgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden langsgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden langsgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt langsgaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt langsgegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen langsgaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen langsgaan bijzin, toekomende tijd
zullen langsgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen langsgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen langsgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult langsgaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult langsgaan bijzin, toekomende tijd
zult langsgegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal langsgaan langs zult/zal gaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van langs en gaan

Woordfamilie van langsgaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ga langs gebiedende wijs langsgaan
gaan langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon langsgaan
gaat langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon langsgaan
ging langs verleden tijd langsgaan
gingen langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon langsgaan
langsga subordinate-clause, tegenwoordige tijd langsgaan
langsgaand onvoltooid deelwoord langsgaan
langsgaande woordvorm langsgaan
langsgaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd langsgaan
langsgegaan voltooid deelwoord langsgaan
langsging subordinate-clause, verleden tijd langsgaan
langsgingen subordinate-clause, verleden tijd langsgaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van langsgaan zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over langsgaan

Hoe spreek je langsgaan uit?
De uitspraak van langsgaan is: /ˈlɑŋsxan/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent langsgaan?
Langsgaan is een werkwoord. Het woord betekent: bezoeken, binnenwippen, aanwippen, langslopen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je langsgaan?
Je vervoegt langsgaan als volgt: het voltooid deelwoord is langsgegaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord langsgaan is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. S 2
  6. G 3
  7. A 1
  8. A 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

langsgaan levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. S 2
  6. G 3
  7. A 1
  8. A 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

langsgaan in het kort

langsgaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van langsgaan zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort langsgaan bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

langsgaan: bezoeken, binnenwippen, aanwippen, langslopen
Deel langsgaan — standaardnederlands.nl