Naar de inhoud

langswippen

kort langs komen

langswippen

werkwoord

Betekenis

  1. kort langs komen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van langswippen

langswippenhele werkwoord — wipte langsverleden tijd enkelvoud — wipten langsverleden tijd meervoud — langsgewiptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wip langs wipte langs
jij wipt langs wipte langs
hij, zij, het wipt langs wipte langs
wij wippen langs wipten langs
jullie wippen langs wipten langs
zij wippen langs wipten langs
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben langsgewipt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent langsgewipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is langsgewipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is langsgewipt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
langs te wippen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
langs te zullen wippen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
langs zal wippen bijzin, toekomende tijd
langs zou wippen bijzin, voorwaardelijk
langs zouden wippen bijzin, voorwaardelijk
langs zoudt wippen bijzin, voorwaardelijk
langs zullen wippen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
langs zullen wippen bijzin, toekomende tijd
langs zult wippen bijzin, toekomende tijd
langsgewipt verleden tijd, deelwoord
langsgewipt te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
langsgewipt zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
langswip bijzin, tegenwoordige tijd
langswippend onvoltooid, deelwoord
langswipt bijzin, tegenwoordige tijd
langswipte bijzin, verleden tijd
langswipten bijzin, verleden tijd
te zijn langsgewipt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen langswippen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart langsgewipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren langsgewipt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren langsgewipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren langsgewipt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was langsgewipt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was langsgewipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was langsgewipt voltooid, verleden tijd, derde persoon
wip langs gebiedende wijs
wipte langs verleden tijd
zal langsgewipt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal langsgewipt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal langsgewipt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal langswippen bijzin, toekomende tijd
zijn langsgewipt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn langsgewipt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn langsgewipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn langsgewipt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt langsgewipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou langsgewipt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou langsgewipt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou langsgewipt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou langswippen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) langswippen langs zou(dt) wippen bijzin, voorwaardelijk
zouden langsgewipt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden langsgewipt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden langsgewipt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden langswippen bijzin, voorwaardelijk
zoudt langsgewipt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt langswippen bijzin, voorwaardelijk
zullen langsgewipt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen langsgewipt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen langsgewipt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen langswippen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen langswippen bijzin, toekomende tijd
zult langsgewipt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult langswippen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult langswippen bijzin, toekomende tijd
zult/zal langswippen langs zult/zal wippen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van langs en wippen

Woordfamilie van langswippen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
langsgewipt voltooid deelwoord langswippen
langswip subordinate-clause, tegenwoordige tijd langswippen
langswippe with-subordinate-clause langswippen
langswippend onvoltooid deelwoord langswippen
langswippende woordvorm langswippen
langswipt subordinate-clause, tegenwoordige tijd langswippen
langswipte subordinate-clause, verleden tijd langswippen
langswipten subordinate-clause, verleden tijd langswippen
wip langs gebiedende wijs langswippen
wippe langs woordvorm langswippen
wippen langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon langswippen
wipt langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon langswippen
wipte langs verleden tijd langswippen
wipten langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon langswippen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van langswippen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over langswippen

Wat is de betekenis van langswippen?
Langswippen is een werkwoord. De betekenis is: kort langs komen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik langswippen?
Zo vervoeg je langswippen zo: het voltooid deelwoord is langsgewipt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord langswippen is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. S 2
  6. W 5
  7. I 1
  8. P 3
  9. P 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

langswippen levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 111 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. S 2
  6. W 5
  7. I 2
  8. P 4
  9. P 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 27 zonder bonus
  13. 111 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

langswippen in het kort

langswippen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van langswippen staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort langswippen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

langswippen: kort langs komen
Deel langswippen — standaardnederlands.nl