langslopen
werkwoordBetekenis
- alle onderdelen van een lijst een voor een aandacht geven
- ergens in de buurt gaan
Vervoeging van langslopen
langslopenhele werkwoord — liep langsverleden tijd enkelvoud — liepen langsverleden tijd meervoud — langsgelopenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | loop langs | liep langs |
| jij | loopt langs | liep langs |
| hij, zij, het | loopt langs | liep langs |
| wij | lopen langs | liepen langs |
| jullie | lopen langs | liepen langs |
| zij | lopen langs | liepen langs |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is langsgelopen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was langsgelopen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd langsgelopen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt langsgelopen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal langsgelopen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal langsgelopen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou langsgelopen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou langsgelopen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had langsgelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had langsgelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had langsgelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden langsgelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden langsgelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden langsgelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt langsgelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben langsgelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| langs te lopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| langs te zullen lopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| langs zal lopen | bijzin, toekomende tijd |
| langs zou lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| langs zouden lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| langs zoudt lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| langs zullen lopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| langs zullen lopen | bijzin, toekomende tijd |
| langs zult lopen | bijzin, toekomende tijd |
| langsgelopen | verleden tijd, deelwoord |
| langsgelopen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| langsgelopen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| langsgelopen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| langsgelopen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| langsgelopen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| langsgelopen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| langsgelopen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| langsgelopen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| langsgelopen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| langsgelopen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| langsliep | bijzin, verleden tijd |
| langsliepen | bijzin, verleden tijd |
| langsloop | bijzin, tegenwoordige tijd |
| langsloopt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| langslopend | onvoltooid, deelwoord |
| liep langs | verleden tijd |
| loop langs | gebiedende wijs |
| te hebben langsgelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen langslopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart langsgelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren langsgelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren langsgelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren langsgelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was langsgelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was langsgelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was langsgelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd langsgelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd langsgelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd langsgelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden langsgelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden langsgelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden langsgelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt langsgelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word langsgelopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden langsgelopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden langsgelopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden langsgelopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt langsgelopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt langsgelopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal langsgelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal langsgelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal langsgelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal langsgelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal langsgelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal langsgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal langsgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal langslopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal langslopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal langslopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal langslopen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt langsgelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou langsgelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou langsgelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou langsgelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou langsgelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou langsgelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou langsgelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou langsgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou langsgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou langsgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou langslopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou langslopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou langslopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou langslopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) langslopen langs zou(dt) lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden langsgelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden langsgelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden langsgelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden langsgelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden langsgelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden langsgelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden langsgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden langsgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden langsgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden langslopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden langslopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden langslopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden langslopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt langsgelopen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt langsgelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt langsgelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt langslopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt langslopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen langsgelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen langsgelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen langsgelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen langsgelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen langsgelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen langsgelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen langsgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen langsgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen langsgelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen langslopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen langslopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen langslopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen langslopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen langslopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult langsgelopen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van langs en lopen
Woordfamilie van langslopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| langsgelopen | voltooid deelwoord | langslopen |
| langsliep | subordinate-clause, verleden tijd | langslopen |
| langsliepen | subordinate-clause, verleden tijd | langslopen |
| langsloop | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | langslopen |
| langsloopt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | langslopen |
| langslope | with-subordinate-clause | langslopen |
| langslopend | onvoltooid deelwoord | langslopen |
| langslopende | woordvorm | langslopen |
| liep langs | verleden tijd | langslopen |
| liepen langs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | langslopen |
| loop langs | gebiedende wijs | langslopen |
| loopt langs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | langslopen |
| lope langs | woordvorm | langslopen |
| lopen langs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | langslopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van langslopen zijn vastgelegd.