Naar de inhoud

langslopen

alle onderdelen van een lijst een voor een aandacht geven

langslopen

werkwoord

Betekenis

  1. alle onderdelen van een lijst een voor een aandacht geven
  2. ergens in de buurt gaan

Vervoeging van langslopen

langslopenhele werkwoord — liep langsverleden tijd enkelvoud — liepen langsverleden tijd meervoud — langsgelopenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik loop langs liep langs
jij loopt langs liep langs
hij, zij, het loopt langs liep langs
wij lopen langs liepen langs
jullie lopen langs liepen langs
zij lopen langs liepen langs
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is langsgelopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was langsgelopen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd langsgelopen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt langsgelopen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal langsgelopen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal langsgelopen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou langsgelopen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou langsgelopen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had langsgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had langsgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had langsgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden langsgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden langsgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden langsgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt langsgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben langsgelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
langs te lopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
langs te zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
langs zal lopen bijzin, toekomende tijd
langs zou lopen bijzin, voorwaardelijk
langs zouden lopen bijzin, voorwaardelijk
langs zoudt lopen bijzin, voorwaardelijk
langs zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
langs zullen lopen bijzin, toekomende tijd
langs zult lopen bijzin, toekomende tijd
langsgelopen verleden tijd, deelwoord
langsgelopen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
langsgelopen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
langsgelopen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
langsgelopen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
langsgelopen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
langsgelopen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
langsgelopen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
langsgelopen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
langsgelopen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
langsgelopen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
langsliep bijzin, verleden tijd
langsliepen bijzin, verleden tijd
langsloop bijzin, tegenwoordige tijd
langsloopt bijzin, tegenwoordige tijd
langslopend onvoltooid, deelwoord
liep langs verleden tijd
loop langs gebiedende wijs
te hebben langsgelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen langslopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart langsgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren langsgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren langsgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren langsgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was langsgelopen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was langsgelopen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was langsgelopen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd langsgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd langsgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd langsgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden langsgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden langsgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden langsgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt langsgelopen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word langsgelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden langsgelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden langsgelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden langsgelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt langsgelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt langsgelopen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal langsgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal langsgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal langsgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal langsgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal langsgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal langsgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal langsgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal langslopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal langslopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal langslopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal langslopen bijzin, toekomende tijd
zijn langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt langsgelopen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou langsgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou langsgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou langsgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou langsgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou langsgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou langsgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou langsgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou langsgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou langsgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou langslopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou langslopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou langslopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou langslopen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) langslopen langs zou(dt) lopen bijzin, voorwaardelijk
zouden langsgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden langsgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden langsgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden langsgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden langsgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden langsgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden langsgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden langsgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden langsgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden langslopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden langslopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden langslopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden langslopen bijzin, voorwaardelijk
zoudt langsgelopen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt langsgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt langsgelopen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt langslopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt langslopen bijzin, voorwaardelijk
zullen langsgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen langsgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen langsgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen langsgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen langsgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen langsgelopen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen langsgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen langsgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen langsgelopen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen langslopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen langslopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen langslopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen langslopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen langslopen bijzin, toekomende tijd
zult langsgelopen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van langs en lopen

Woordfamilie van langslopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
langsgelopen voltooid deelwoord langslopen
langsliep subordinate-clause, verleden tijd langslopen
langsliepen subordinate-clause, verleden tijd langslopen
langsloop subordinate-clause, tegenwoordige tijd langslopen
langsloopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd langslopen
langslope with-subordinate-clause langslopen
langslopend onvoltooid deelwoord langslopen
langslopende woordvorm langslopen
liep langs verleden tijd langslopen
liepen langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon langslopen
loop langs gebiedende wijs langslopen
loopt langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon langslopen
lope langs woordvorm langslopen
lopen langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon langslopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van langslopen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over langslopen

Wat betekent langslopen?
Langslopen is een werkwoord. Het woord betekent: alle onderdelen van een lijst een voor een aandacht geven. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je langslopen?
Je vervoegt langslopen als volgt: het voltooid deelwoord is langsgelopen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord langslopen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. S 2
  6. L 3
  7. O 1
  8. P 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

langslopen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. S 2
  6. L 3
  7. O 1
  8. P 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

langslopen in het kort

langslopen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van langslopen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort langslopen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

langslopen: alle onderdelen van een lijst een voor een aandacht geven
Deel langslopen — standaardnederlands.nl