Naar de inhoud

langsrijden

met een vervoermiddel langsgaan of voorbijrijden

langsrijden

werkwoord

Betekenis

  1. met een vervoermiddel langsgaan of voorbijrijden

Vervoeging van langsrijden

langsrijdenhele werkwoord — reed langsverleden tijd enkelvoud — reden langsverleden tijd meervoud — langsgeredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rij langs reed langs
jij rijdt langs reed langs
hij, zij, het rijdt langs reed langs
wij rijden langs reden langs
jullie rijden langs reden langs
zij rijden langs reden langs
Alle 77 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben langsgereden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent langsgereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is langsgereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is langsgereden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
langs te rijden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
langs te zullen rijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
langs zal rijden bijzin, toekomende tijd
langs zou rijden bijzin, voorwaardelijk
langs zouden rijden bijzin, voorwaardelijk
langs zoudt rijden bijzin, voorwaardelijk
langs zullen rijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
langs zullen rijden bijzin, toekomende tijd
langs zult rijden bijzin, toekomende tijd
langsgereden verleden tijd, deelwoord
langsgereden te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
langsgereden zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
langsreden bijzin, verleden tijd
langsreed bijzin, verleden tijd
langsrij bijzin, tegenwoordige tijd
langsrijd bijzin, tegenwoordige tijd
langsrijdend onvoltooid, deelwoord
langsrijdt bijzin, tegenwoordige tijd
reed langs verleden tijd
rij langs gebiedende wijs
rijd langs gebiedende wijs
te zijn langsgereden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen langsrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart langsgereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren langsgereden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren langsgereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren langsgereden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was langsgereden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was langsgereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was langsgereden voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal langsgereden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal langsgereden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal langsgereden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal langsrijden bijzin, toekomende tijd
zijn langsgereden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn langsgereden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn langsgereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn langsgereden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt langsgereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou langsgereden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou langsgereden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou langsgereden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou langsrijden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) langsrijden langs zou(dt) rijden bijzin, voorwaardelijk
zouden langsgereden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden langsgereden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden langsgereden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden langsrijden bijzin, voorwaardelijk
zoudt langsgereden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt langsrijden bijzin, voorwaardelijk
zullen langsgereden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen langsgereden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen langsgereden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen langsrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen langsrijden bijzin, toekomende tijd
zult langsgereden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult langsrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult langsrijden bijzin, toekomende tijd
zult/zal langsrijden langs zult/zal rijden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van langs en rijden

Woordfamilie van langsrijden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
langsgereden voltooid deelwoord langsrijden
langsreden subordinate-clause, verleden tijd langsrijden
langsreed subordinate-clause, verleden tijd langsrijden
langsrij subordinate-clause, tegenwoordige tijd langsrijden
langsrijd subordinate-clause, tegenwoordige tijd langsrijden
langsrijde with-subordinate-clause langsrijden
langsrijdend onvoltooid deelwoord langsrijden
langsrijdende woordvorm langsrijden
langsrijdt subordinate-clause, tegenwoordige tijd langsrijden
reden langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon langsrijden
reed langs verleden tijd langsrijden
rij langs gebiedende wijs langsrijden
rijd langs gebiedende wijs langsrijden
rijde langs woordvorm langsrijden
rijden langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon langsrijden
rijdt langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon langsrijden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van langsrijden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over langsrijden

Wat is de betekenis van langsrijden?
Langsrijden is een werkwoord. De betekenis is: met een vervoermiddel langsgaan of voorbijrijden.
Hoe vervoeg ik langsrijden?
Zo vervoeg je langsrijden zo: het voltooid deelwoord is langsgereden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord langsrijden is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. S 2
  6. R 2
  7. I 1
  8. J 4
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

langsrijden levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. S 2
  6. R 2
  7. I 2
  8. J 4
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

langsrijden in het kort

langsrijden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van langsrijden staan er 48 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort langsrijden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

langsrijden: met een vervoermiddel langsgaan of voorbijrijden
Deel langsrijden — standaardnederlands.nl