langsrijden
werkwoordBetekenis
- met een vervoermiddel langsgaan of voorbijrijden
Vervoeging van langsrijden
langsrijdenhele werkwoord — reed langsverleden tijd enkelvoud — reden langsverleden tijd meervoud — langsgeredenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rij langs | reed langs |
| jij | rijdt langs | reed langs |
| hij, zij, het | rijdt langs | reed langs |
| wij | rijden langs | reden langs |
| jullie | rijden langs | reden langs |
| zij | rijden langs | reden langs |
Alle 77 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben langsgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent langsgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is langsgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is langsgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| langs te rijden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| langs te zullen rijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| langs zal rijden | bijzin, toekomende tijd |
| langs zou rijden | bijzin, voorwaardelijk |
| langs zouden rijden | bijzin, voorwaardelijk |
| langs zoudt rijden | bijzin, voorwaardelijk |
| langs zullen rijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| langs zullen rijden | bijzin, toekomende tijd |
| langs zult rijden | bijzin, toekomende tijd |
| langsgereden | verleden tijd, deelwoord |
| langsgereden te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| langsgereden zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| langsreden | bijzin, verleden tijd |
| langsreed | bijzin, verleden tijd |
| langsrij | bijzin, tegenwoordige tijd |
| langsrijd | bijzin, tegenwoordige tijd |
| langsrijdend | onvoltooid, deelwoord |
| langsrijdt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| reed langs | verleden tijd |
| rij langs | gebiedende wijs |
| rijd langs | gebiedende wijs |
| te zijn langsgereden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen langsrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart langsgereden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren langsgereden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren langsgereden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren langsgereden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was langsgereden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was langsgereden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was langsgereden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal langsgereden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal langsgereden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal langsgereden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal langsrijden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn langsgereden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn langsgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn langsgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn langsgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt langsgereden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou langsgereden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou langsgereden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou langsgereden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou langsrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) langsrijden langs zou(dt) rijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden langsgereden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden langsgereden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden langsgereden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden langsrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt langsgereden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt langsrijden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen langsgereden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen langsgereden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen langsgereden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen langsrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen langsrijden | bijzin, toekomende tijd |
| zult langsgereden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult langsrijden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult langsrijden | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal langsrijden langs zult/zal rijden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van langs en rijden
Woordfamilie van langsrijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| langsgereden | voltooid deelwoord | langsrijden |
| langsreden | subordinate-clause, verleden tijd | langsrijden |
| langsreed | subordinate-clause, verleden tijd | langsrijden |
| langsrij | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | langsrijden |
| langsrijd | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | langsrijden |
| langsrijde | with-subordinate-clause | langsrijden |
| langsrijdend | onvoltooid deelwoord | langsrijden |
| langsrijdende | woordvorm | langsrijden |
| langsrijdt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | langsrijden |
| reden langs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | langsrijden |
| reed langs | verleden tijd | langsrijden |
| rij langs | gebiedende wijs | langsrijden |
| rijd langs | gebiedende wijs | langsrijden |
| rijde langs | woordvorm | langsrijden |
| rijden langs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | langsrijden |
| rijdt langs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | langsrijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van langsrijden zijn vastgelegd.