langskomen
werkwoord /lɑŋskomə(n)/Betekenis
- voorbijgaan
- langsgaan, op bezoek komen
Hoe spreek je langskomen uit?
/lɑŋskomən/
Langskomen bestaat uit drie lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| k | kat |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
werkwoord
- gedurende een korte tijd zichtbaar of hoorbaar zijn
Vervoeging van langskomen
langskomenhele werkwoord — kwam langsverleden tijd enkelvoud — kwamen langsverleden tijd meervoud — langsgekomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kom langs | kwam langs |
| jij | komt langs | kwaamt langs |
| hij, zij, het | komt langs | kwam langs |
| wij | komen langs | kwamen langs |
| jullie | komen langs | kwamen langs |
| zij | komen langs | kwamen langs |
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben langsgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent langsgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is langsgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is langsgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kom langs | gebiedende wijs |
| kwam langs | verleden tijd |
| langs te komen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| langs te zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| langs zal komen | bijzin, toekomende tijd |
| langs zou komen | bijzin, voorwaardelijk |
| langs zouden komen | bijzin, voorwaardelijk |
| langs zoudt komen | bijzin, voorwaardelijk |
| langs zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| langs zullen komen | bijzin, toekomende tijd |
| langs zult komen | bijzin, toekomende tijd |
| langsgekomen | verleden tijd, deelwoord |
| langsgekomen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| langsgekomen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| langskom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| langskomend | onvoltooid, deelwoord |
| langskomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| langskwaamt | bijzin, verleden tijd |
| langskwam | bijzin, verleden tijd |
| langskwamen | bijzin, verleden tijd |
| te zijn langsgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen langskomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart langsgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren langsgekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren langsgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren langsgekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was langsgekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was langsgekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was langsgekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal langsgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal langsgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal langsgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal langskomen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn langsgekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn langsgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn langsgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn langsgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt langsgekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou langsgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou langsgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou langsgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou langskomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) langskomen langs zou(dt) komen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden langsgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden langsgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden langsgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden langskomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt langsgekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt langskomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen langsgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen langsgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen langsgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen langskomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen langskomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult langsgekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult langskomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult langskomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal langskomen langs zult/zal komen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van langs bw en komen ww
Woordfamilie van langskomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kom langs | gebiedende wijs | langskomen |
| kome langs | woordvorm | langskomen |
| komen langs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | langskomen |
| komt langs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | langskomen |
| kwam langs | verleden tijd | langskomen |
| kwamen langs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | langskomen |
| langsgekomen | voltooid deelwoord | langskomen |
| langskom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | langskomen |
| langskome | with-subordinate-clause | langskomen |
| langskomend | onvoltooid deelwoord | langskomen |
| langskomende | woordvorm | langskomen |
| langskomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | langskomen |
| langskwam | subordinate-clause, verleden tijd | langskomen |
| langskwamen | subordinate-clause, verleden tijd | langskomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van langskomen zijn vastgelegd.