langstrekken
werkwoordBetekenis
- voorbijtrekken
Vervoeging van langstrekken
langstrekkenhele werkwoord — trok langsverleden tijd enkelvoud — trokken langsverleden tijd meervoud — langsgetrokkenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | trek langs | trok langs |
| jij | trekt langs | trok langs |
| hij, zij, het | trekt langs | trok langs |
| wij | trekken langs | trokken langs |
| jullie | trekken langs | trokken langs |
| zij | trekken langs | trokken langs |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben langsgetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent langsgetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is langsgetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is langsgetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| langs te trekken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| langs te zullen trekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| langs zal trekken | bijzin, toekomende tijd |
| langs zou trekken | bijzin, voorwaardelijk |
| langs zouden trekken | bijzin, voorwaardelijk |
| langs zoudt trekken | bijzin, voorwaardelijk |
| langs zullen trekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| langs zullen trekken | bijzin, toekomende tijd |
| langs zult trekken | bijzin, toekomende tijd |
| langsgetrokken | verleden tijd, deelwoord |
| langsgetrokken te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| langsgetrokken zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| langstrek | bijzin, tegenwoordige tijd |
| langstrekkend | onvoltooid, deelwoord |
| langstrekt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| langstrok | bijzin, verleden tijd |
| langstrokken | bijzin, verleden tijd |
| te zijn langsgetrokken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen langstrekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| trek langs | gebiedende wijs |
| trok langs | verleden tijd |
| waart langsgetrokken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren langsgetrokken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren langsgetrokken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren langsgetrokken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was langsgetrokken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was langsgetrokken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was langsgetrokken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal langsgetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal langsgetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal langsgetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal langstrekken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn langsgetrokken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn langsgetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn langsgetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn langsgetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt langsgetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou langsgetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou langsgetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou langsgetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou langstrekken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) langstrekken langs zou(dt) trekken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden langsgetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden langsgetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden langsgetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden langstrekken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt langsgetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt langstrekken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen langsgetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen langsgetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen langsgetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen langstrekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen langstrekken | bijzin, toekomende tijd |
| zult langsgetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult langstrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult langstrekken | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal langstrekken langs zult/zal trekken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van langs en trekken
Woordfamilie van langstrekken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| langsgetrokken | voltooid deelwoord | langstrekken |
| langstrek | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | langstrekken |
| langstrekke | with-subordinate-clause | langstrekken |
| langstrekkend | onvoltooid deelwoord | langstrekken |
| langstrekkende | woordvorm | langstrekken |
| langstrekt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | langstrekken |
| langstrok | subordinate-clause, verleden tijd | langstrekken |
| langstrokken | subordinate-clause, verleden tijd | langstrekken |
| trek langs | gebiedende wijs | langstrekken |
| trekke langs | woordvorm | langstrekken |
| trekken langs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | langstrekken |
| trekt langs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | langstrekken |
| trok langs | verleden tijd | langstrekken |
| trokken langs | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | langstrekken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van langstrekken zijn vastgelegd.