Naar de inhoud

langstrekken

voorbijtrekken

langstrekken

werkwoord

Betekenis

  1. voorbijtrekken

Vervoeging van langstrekken

langstrekkenhele werkwoord — trok langsverleden tijd enkelvoud — trokken langsverleden tijd meervoud — langsgetrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trek langs trok langs
jij trekt langs trok langs
hij, zij, het trekt langs trok langs
wij trekken langs trokken langs
jullie trekken langs trokken langs
zij trekken langs trokken langs
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben langsgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent langsgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is langsgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is langsgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
langs te trekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
langs te zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
langs zal trekken bijzin, toekomende tijd
langs zou trekken bijzin, voorwaardelijk
langs zouden trekken bijzin, voorwaardelijk
langs zoudt trekken bijzin, voorwaardelijk
langs zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
langs zullen trekken bijzin, toekomende tijd
langs zult trekken bijzin, toekomende tijd
langsgetrokken verleden tijd, deelwoord
langsgetrokken te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
langsgetrokken zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
langstrek bijzin, tegenwoordige tijd
langstrekkend onvoltooid, deelwoord
langstrekt bijzin, tegenwoordige tijd
langstrok bijzin, verleden tijd
langstrokken bijzin, verleden tijd
te zijn langsgetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen langstrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trek langs gebiedende wijs
trok langs verleden tijd
waart langsgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren langsgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren langsgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren langsgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was langsgetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was langsgetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was langsgetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal langsgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal langsgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal langsgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal langstrekken bijzin, toekomende tijd
zijn langsgetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn langsgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn langsgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn langsgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt langsgetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou langsgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou langsgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou langsgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou langstrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) langstrekken langs zou(dt) trekken bijzin, voorwaardelijk
zouden langsgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden langsgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden langsgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden langstrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt langsgetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt langstrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen langsgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen langsgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen langsgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen langstrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen langstrekken bijzin, toekomende tijd
zult langsgetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult langstrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult langstrekken bijzin, toekomende tijd
zult/zal langstrekken langs zult/zal trekken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van langs en trekken

Woordfamilie van langstrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
langsgetrokken voltooid deelwoord langstrekken
langstrek subordinate-clause, tegenwoordige tijd langstrekken
langstrekke with-subordinate-clause langstrekken
langstrekkend onvoltooid deelwoord langstrekken
langstrekkende woordvorm langstrekken
langstrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd langstrekken
langstrok subordinate-clause, verleden tijd langstrekken
langstrokken subordinate-clause, verleden tijd langstrekken
trek langs gebiedende wijs langstrekken
trekke langs woordvorm langstrekken
trekken langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon langstrekken
trekt langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon langstrekken
trok langs verleden tijd langstrekken
trokken langs aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon langstrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van langstrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over langstrekken

Wat is de betekenis van langstrekken?
Langstrekken is een werkwoord. De betekenis is: voorbijtrekken.
Hoe vervoeg ik langstrekken?
Zo vervoeg je langstrekken zo: het voltooid deelwoord is langsgetrokken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord langstrekken is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. S 2
  6. T 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. K 3
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

langstrekken levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. S 2
  6. T 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. K 3
  10. K 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

langstrekken in het kort

langstrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van langstrekken staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort langstrekken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

langstrekken: voorbijtrekken
Deel langstrekken — standaardnederlands.nl