Naar de inhoud

raggen

ruw heen en weer bewegen

raggen

werkwoord /'rɑɣə(n)/

Betekenis

  1. ruw heen en weer bewegen
  2. een bepaalde schildertechniek waarbij snel met een kwast heen en weer bewogen wordt

Hoe spreek je raggen uit?

/ˈrɑxən/

Raggen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈrɑxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
r rood
ɑ bad
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van raggen

raggenhele werkwoord — ragdeverleden tijd enkelvoud — ragdenverleden tijd meervoud — geragdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rag ragde
jij ragt ragde
hij, zij, het ragt ragde
wij raggen ragden
jullie raggen ragden
zij raggen ragden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geragd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geragd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geragd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geragd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geragd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geragd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geragd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geragd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geragd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geragd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geragd verleden tijd, deelwoord
geragd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geragd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geragd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geragd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geragd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geragd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geragd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geragd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geragd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geragd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geragd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geragd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geragd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geragd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geragd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geragd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geragd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geragd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geragd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geragd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geragd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geragd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geragd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geragd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geragd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geragd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geragd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
rag gebiedende wijs
ragde verleden tijd
ragge aanvoegende wijs
raggend onvoltooid, deelwoord
te hebben geragd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te raggen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen raggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geragd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geragd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geragd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geragd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geragd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geragd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geragd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geragd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geragd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geragd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geragd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geragd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geragd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geragd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geragd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geragd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geragd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geragd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geragd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geragd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geragd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geragd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geragd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geragd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geragd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geragd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geragd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal raggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal raggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal raggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geragd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geragd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geragd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geragd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geragd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geragd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geragd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geragd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geragd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geragd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geragd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geragd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geragd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou raggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou raggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou raggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geragd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geragd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geragd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geragd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geragd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geragd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geragd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geragd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geragd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden raggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden raggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden raggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geragd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geragd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geragd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt raggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geragd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geragd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geragd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geragd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geragd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geragd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geragd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geragd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geragd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen raggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen raggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen raggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen raggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geragd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geragd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geragd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult raggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘wild heen en weer lopen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1836

Woordfamilie van raggen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geragd voltooid deelwoord raggen
geragde woordvorm raggen
ragde verleden tijd raggen
ragden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon raggen
ragge aanvoegende wijs raggen
raggend onvoltooid deelwoord raggen
raggende woordvorm raggen
ragt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon raggen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raggen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over raggen

Hoe spreek ik raggen uit?
Zo spreek je raggen uit: /'rɑɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van raggen?
Raggen is een werkwoord. De betekenis is: ruw heen en weer bewegen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik raggen?
Zo vervoeg je raggen zo: de tegenwoordige tijd is rag, de verleden tijd is ragde en het voltooid deelwoord is geragd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op raggen?

Raggen rijmt op 16 woorden op -gen; lachen, vlaggen en prachen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op raggen, uitspraak ˈrɑxən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
lachen 2
vlaggen 2
prachen 2
aangelachen 4
appalachen 4
compensatiebedragen 7
daggen 2
doodgelachen 4
festivaldagen 5
kernwapenverdragen 7
monumentendagen 6
onweersdagen 4
ophaaldagen 4
recordbedragen 5
werkendagen 4
zonneslagen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord raggen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. R 2
  2. A 1
  3. G 3
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

raggen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. R 2
  2. A 1
  3. G 3
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

raggen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

raggen in het kort

raggen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van raggen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort raggen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

raggen: ruw heen en weer bewegen
Deel raggen — standaardnederlands.nl