Naar de inhoud

kreuken

het aanbrengen van min of meer permanente vouwtjes in een glad oppervlak

kreuken is meer dan één woord

kreuken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. het aanbrengen van min of meer permanente vouwtjes in een glad oppervlak
  2. gekreukt raken

Vervoeging van kreuken

kreukenhele werkwoord — kreukteverleden tijd enkelvoud — kreuktenverleden tijd meervoud — gekreuktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kreuk kreukte
jij kreukt kreukte
hij, zij, het kreukt kreukte
wij kreuken kreukten
jullie kreuken kreukten
zij kreuken kreukten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekreukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekreukt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekreukt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekreukt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekreukt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekreukt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekreukt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekreukt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekreukt verleden tijd, deelwoord
gekreukt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekreukt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekreukt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekreukt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekreukt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekreukt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekreukt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekreukt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekreukt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekreukt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekreukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekreukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekreukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekreukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekreukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekreukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekreukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekreukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kreuk gebiedende wijs
kreuke aanvoegende wijs
kreukend onvoltooid, deelwoord
kreukte verleden tijd
te hebben gekreukt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kreuken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kreuken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekreukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekreukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekreukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekreukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekreukt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekreukt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekreukt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekreukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekreukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekreukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekreukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekreukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekreukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekreukt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekreukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekreukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekreukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekreukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekreukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekreukt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekreukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekreukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekreukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekreukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekreukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekreukt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekreukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kreuken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kreuken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kreuken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekreukt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekreukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekreukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekreukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekreukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekreukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekreukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekreukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekreukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekreukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kreuken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kreuken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kreuken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekreukt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekreukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekreukt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekreukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekreukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekreukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekreukt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekreukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekreukt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kreuken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kreuken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kreuken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekreukt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekreukt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekreukt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kreuken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekreukt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekreukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekreukt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekreukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekreukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekreukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekreukt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekreukt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekreukt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kreuken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kreuken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kreuken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kreuken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekreukt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekreukt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekreukt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kreuken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kreuk

Herkomst

In de betekenis van ‘vouwen maken’ voor het eerst aangetroffen in 1220

Woordfamilie van kreuken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kreuke aanvoegende wijs kreuken
kreukend onvoltooid deelwoord kreuken
kreukende woordvorm kreuken
kreukt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kreuken
kreukte verleden tijd kreuken
kreukten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kreuken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kreuken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over kreuken

Wat is de betekenis van kreuken?
Kreuken is een werkwoord. De betekenis is: het aanbrengen van min of meer permanente vouwtjes in een glad oppervlak. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kreuken?
Zo vervoeg je kreuken zo: de tegenwoordige tijd is kreuk, de verleden tijd is kreukte en het voltooid deelwoord is gekreukt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kreuken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. R 2
  3. E 1
  4. U 4
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kreuken levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. R 2
  3. E 1
  4. U 2
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

kreuken telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kreuken in het kort

kreuken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kreuken staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kreuken bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kreuken: het aanbrengen van min of meer permanente vouwtjes in een glad oppervlak
Deel kreuken — standaardnederlands.nl