verfomfaaien
werkwoordBetekenis
- lelijk worden door vouwen, kreuken en beduimeling
Vervoeging van verfomfaaien
verfomfaaienhele werkwoord — verfomfaaideverleden tijd enkelvoud — verfomfaaidenverleden tijd meervoud — verfomfaaidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verfomfaai | verfomfaaide |
| jij | verfomfaait | verfomfaaide |
| hij, zij, het | verfomfaait | verfomfaaide |
| wij | verfomfaaien | verfomfaaiden |
| jullie | verfomfaaien | verfomfaaiden |
| zij | verfomfaaien | verfomfaaiden |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verfomfaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verfomfaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verfomfaaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verfomfaaid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verfomfaaid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verfomfaaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verfomfaaid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verfomfaaid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verfomfaaid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verfomfaaid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verfomfaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verfomfaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verfomfaaien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verfomfaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verfomfaaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verfomfaai | gebiedende wijs |
| verfomfaaid | verleden tijd, deelwoord |
| verfomfaaid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verfomfaaid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verfomfaaid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verfomfaaid te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verfomfaaid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verfomfaaid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verfomfaaid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verfomfaaid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verfomfaaid zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verfomfaaid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verfomfaaide | verleden tijd |
| verfomfaaie | aanvoegende wijs |
| verfomfaaiend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verfomfaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verfomfaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verfomfaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verfomfaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verfomfaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verfomfaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verfomfaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verfomfaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verfomfaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verfomfaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verfomfaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verfomfaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verfomfaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verfomfaaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verfomfaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verfomfaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verfomfaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verfomfaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verfomfaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verfomfaaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verfomfaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verfomfaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verfomfaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verfomfaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verfomfaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verfomfaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verfomfaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verfomfaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verfomfaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verfomfaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verfomfaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verfomfaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verfomfaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verfomfaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verfomfaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verfomfaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verfomfaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verfomfaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verfomfaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verfomfaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verfomfaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verfomfaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verfomfaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verfomfaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verfomfaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verfomfaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verfomfaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verfomfaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verfomfaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verfomfaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verfomfaaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verfomfaaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verfomfaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verfomfaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘in wanorde brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1710
Woordfamilie van verfomfaaien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verfomfaai | gebiedende wijs | verfomfaaien |
| verfomfaaiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verfomfaaien |
| verfomfaaie | aanvoegende wijs | verfomfaaien |
| verfomfaaiend | onvoltooid deelwoord | verfomfaaien |
| verfomfaaiende | woordvorm | verfomfaaien |
| verfomfaait | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verfomfaaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verfomfaaien zijn vastgelegd.