Naar de inhoud

verfomfaaien

lelijk worden door vouwen, kreuken en beduimeling

verfomfaaien

werkwoord

Betekenis

  1. lelijk worden door vouwen, kreuken en beduimeling

Vervoeging van verfomfaaien

verfomfaaienhele werkwoord — verfomfaaideverleden tijd enkelvoud — verfomfaaidenverleden tijd meervoud — verfomfaaidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verfomfaai verfomfaaide
jij verfomfaait verfomfaaide
hij, zij, het verfomfaait verfomfaaide
wij verfomfaaien verfomfaaiden
jullie verfomfaaien verfomfaaiden
zij verfomfaaien verfomfaaiden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verfomfaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verfomfaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verfomfaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verfomfaaid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verfomfaaid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verfomfaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verfomfaaid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verfomfaaid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verfomfaaid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verfomfaaid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
is verfomfaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verfomfaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te verfomfaaien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn verfomfaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verfomfaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verfomfaai gebiedende wijs
verfomfaaid verleden tijd, deelwoord
verfomfaaid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verfomfaaid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verfomfaaid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verfomfaaid te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verfomfaaid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verfomfaaid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verfomfaaid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verfomfaaid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verfomfaaid zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verfomfaaid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verfomfaaide verleden tijd
verfomfaaie aanvoegende wijs
verfomfaaiend onvoltooid, deelwoord
waart verfomfaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verfomfaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verfomfaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verfomfaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verfomfaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verfomfaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verfomfaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verfomfaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verfomfaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verfomfaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verfomfaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verfomfaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verfomfaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verfomfaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verfomfaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verfomfaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verfomfaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verfomfaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verfomfaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verfomfaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verfomfaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verfomfaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verfomfaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verfomfaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verfomfaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verfomfaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verfomfaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verfomfaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verfomfaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verfomfaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verfomfaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verfomfaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verfomfaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verfomfaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verfomfaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verfomfaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verfomfaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verfomfaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verfomfaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verfomfaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verfomfaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verfomfaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verfomfaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verfomfaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verfomfaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verfomfaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verfomfaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verfomfaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verfomfaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verfomfaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verfomfaaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verfomfaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verfomfaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verfomfaaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘in wanorde brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1710

Woordfamilie van verfomfaaien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verfomfaai gebiedende wijs verfomfaaien
verfomfaaiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verfomfaaien
verfomfaaie aanvoegende wijs verfomfaaien
verfomfaaiend onvoltooid deelwoord verfomfaaien
verfomfaaiende woordvorm verfomfaaien
verfomfaait aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verfomfaaien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verfomfaaien zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verfomfaaien

Wat betekent verfomfaaien?
Verfomfaaien is een werkwoord. Het woord betekent: lelijk worden door vouwen, kreuken en beduimeling.
Hoe vervoeg je verfomfaaien?
Je vervoegt verfomfaaien als volgt: de tegenwoordige tijd is verfomfaai, de verleden tijd is verfomfaaide en het voltooid deelwoord is verfomfaaid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verfomfaaien is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. F 4
  5. O 1
  6. M 3
  7. F 4
  8. A 1
  9. A 1
  10. I 1
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verfomfaaien levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. F 4
  5. O 1
  6. M 3
  7. F 4
  8. A 1
  9. A 1
  10. I 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 zonder bonus
  14. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verfomfaaien in het kort

verfomfaaien staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verfomfaaien zijn 60 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verfomfaaien bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verfomfaaien: lelijk worden door vouwen, kreuken en beduimeling
Deel verfomfaaien — standaardnederlands.nl