Naar de inhoud

verfrommelen

iets pletten, in elkaar drukken en/of samenknijpen zodat er kreukels ontstaan

verfrommelen

werkwoord vərˈfrɔmmələ(n)

Betekenis

  1. iets pletten, in elkaar drukken en/of samenknijpen zodat er kreukels ontstaan

Hoe spreek je verfrommelen uit?

/vərˈfrɔmmələn/

Verfrommelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈfrɔmmələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
f fiets
ɔ bot
m maan
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verfrommelen

verfrommelenhele werkwoord — verfrommeldeverleden tijd enkelvoud — verfrommeldenverleden tijd meervoud — verfrommeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verfrommel verfrommelde
jij verfrommelt verfrommelde
hij, zij, het verfrommelt verfrommelde
wij verfrommelen verfrommelden
jullie verfrommelen verfrommelden
zij verfrommelen verfrommelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verfrommeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verfrommeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verfrommeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verfrommeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verfrommeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verfrommeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verfrommeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verfrommeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verfrommeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verfrommeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verfrommeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verfrommeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verfrommeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verfrommeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verfrommeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verfrommeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verfrommeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verfrommelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verfrommelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verfrommel gebiedende wijs
verfrommeld verleden tijd, deelwoord
verfrommeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verfrommeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verfrommeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verfrommeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verfrommeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verfrommeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verfrommeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verfrommeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verfrommeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verfrommeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verfrommelde verleden tijd
verfrommele aanvoegende wijs
verfrommelend onvoltooid, deelwoord
waart verfrommeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verfrommeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verfrommeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verfrommeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verfrommeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verfrommeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verfrommeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verfrommeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verfrommeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verfrommeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verfrommeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verfrommeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verfrommeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verfrommeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verfrommeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verfrommeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verfrommeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verfrommeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verfrommeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verfrommeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verfrommeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verfrommeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verfrommeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verfrommeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verfrommeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verfrommeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verfrommeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verfrommeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verfrommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verfrommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verfrommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verfrommeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verfrommeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verfrommeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verfrommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verfrommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verfrommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verfrommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verfrommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verfrommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verfrommeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verfrommeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verfrommeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verfrommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verfrommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verfrommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verfrommeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verfrommeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verfrommeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verfrommeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verfrommeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verfrommeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verfrommeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verfrommeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verfrommeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verfrommeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verfrommeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verfrommeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verfrommelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verfrommeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verfrommeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verfrommeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verfrommelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van frommelen ww (samenknijpen, in elkaar drukken) met het voorvoegsel ver-.

Woordfamilie van verfrommelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verfrommel gebiedende wijs verfrommelen
verfrommeld voltooid deelwoord verfrommelen
verfrommelde verleden tijd verfrommelen
verfrommelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verfrommelen
verfrommele aanvoegende wijs verfrommelen
verfrommelend onvoltooid deelwoord verfrommelen
verfrommelende woordvorm verfrommelen
verfrommelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verfrommelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verfrommelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verfrommelen

Hoe spreek ik verfrommelen uit?
Zo spreek je verfrommelen uit: /vərˈfrɔmmələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verfrommelen?
Verfrommelen is een werkwoord. De betekenis is: iets pletten, in elkaar drukken en/of samenknijpen zodat er kreukels ontstaan.
Hoe vervoeg ik verfrommelen?
Zo vervoeg je verfrommelen zo: de tegenwoordige tijd is verfrommel, de verleden tijd is verfrommelde en het voltooid deelwoord is verfrommeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verfrommelen is 26 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. F 4
  5. R 2
  6. O 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verfrommelen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. F 4
  5. R 2
  6. O 1
  7. M 3
  8. M 3
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verfrommelen in het kort

verfrommelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verfrommelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verfrommelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verfrommelen: iets pletten, in elkaar drukken en/of samenknijpen zodat er kreukels ontstaan
Deel verfrommelen — standaardnederlands.nl