krabben
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkrɑbə(n)Betekenis
- met de nagels bewerken
- het niet hechten, maar over de bodem kruipen van een scheepsanker
Hoe spreek je krabben uit?
/ˈkrɑbən/
Krabben bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| b | bak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van krabben
krabbenhele werkwoord — krabdeverleden tijd enkelvoud — krabdenverleden tijd meervoud — gekrabdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | krab | krabde |
| jij | krabt | krabde |
| hij, zij, het | krabt | krabde |
| wij | krabben | krabden |
| jullie | krabben | krabden |
| zij | krabben | krabden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gekrabd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekrabd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekrabd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekrabd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekrabd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekrabd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekrabd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekrabd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekrabd | verleden tijd, deelwoord |
| gekrabd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekrabd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekrabd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekrabd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekrabd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekrabd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekrabd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekrabd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekrabd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekrabd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekrabd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekrabd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekrabd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekrabd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekrabd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekrabd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekrabd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| krab | gebiedende wijs |
| krabbe | aanvoegende wijs |
| krabbend | onvoltooid, deelwoord |
| krabde | verleden tijd |
| te hebben gekrabd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te krabben | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen krabben | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekrabd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekrabd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekrabd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal krabben | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal krabben | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal krabben | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekrabd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekrabd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekrabd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou krabben | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou krabben | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou krabben | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekrabd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekrabd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekrabd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden krabben | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden krabben | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden krabben | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekrabd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt krabben | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekrabd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekrabd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekrabd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen krabben | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen krabben | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen krabben | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen krabben | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekrabd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult krabben | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord
- Brachyura een groep van kreeftachtige dieren die behoren tot de orde tienpotigen (Decapoda). De wetenschappelijke naam Brachyura betekent letterlijk korte staart en verwijst naar het onder het buikschild geklapte achterlijf, waardoor krabben in tegenstelling tot andere kreeftachtigen geen zichtbare staart hebben
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord krab
Herkomst
In de betekenis van ‘de nagels over iets heen halen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1400
Woordfamilie van krabben
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekrabd | voltooid deelwoord | krabben |
| gekrabde | woordvorm | krabben |
| krabbend | onvoltooid deelwoord | krabben |
| krabbende | woordvorm | krabben |
| krabde | verleden tijd | krabben |
| krabden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | krabben |
| krabt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | krabben |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krabben zijn vastgelegd.