krabpaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- 'speelgoed' voor katten, dat uit een dikke paal of meerdere palen bestaat die bekleed is/zijn met een stuk ruw tapijt of omwikkeld met een stuk touw en waaraan de kat zijn nagels kan scherpen door te krabben
zelfstandig naamwoord — masculine
- "speelgoed" voor katten, dat uit een dikke paal of meerdere palen bestaat die bekleed is/zijn met een stuk ruw tapijt of omwikkeld met een stuk touw en waaraan de kat zijn nagels kan scherpen door te krabben
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| krabpaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| krabpaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| krabpalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van krabben ww en paal zn
Woordfamilie van krabpaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| krabpaaltje | verkleinwoord | krabpaal |
| krabpaaltjes | verkleinwoord meervoud | krabpaal |
| krabpalen | meervoud | krabpaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krabpaal zijn vastgelegd.