poter
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord /ˈpotər/Betekenis
- kwijt
- iemand die poot
- werktuig waarmee men kan poten
- pootaardappel
Hoe spreek je poter uit?
/ˈpotər/
Poter bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| o | boot |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- vrij
Herkomst
Herkomst: Jiddisj
Woordfamilie van poter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| poters | meervoud | poter |
| potertje | woordvorm | poter |
| potertjes | meervoud | poter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poter zijn vastgelegd.