Naar de inhoud

kluiven

een bot in handen houden en er vlees van afhappen

kluiven is meer dan één woord

kluiven

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een bot in handen houden en er vlees van afhappen

Vervoeging van kluiven

kluivenhele werkwoord — kloofverleden tijd enkelvoud — klovenverleden tijd meervoud — (gekluifd)voltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kluif kloof
jij kluift kloof
hij, zij, het kluift kloof
wij kluiven kloven
jullie kluiven kloven
zij kluiven kloven
Alle 57 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
(gekluifd) verleden tijd, deelwoord
(kluifde) verleden tijd
ev. gebiedende wijs
gekloven verleden tijd, deelwoord
gekloven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekloven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekloven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekloven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekloven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekloven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekloven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekloven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekloven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekloven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekloven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekloven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekloven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekloven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekloven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekloven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekloven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kloof verleden tijd
kluif gebiedende wijs
kluive aanvoegende wijs
kluivend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekloven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kluiven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kluiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekloven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekloven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekloven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kluiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kluiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kluiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kluiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kluiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kluiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kluiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kluiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kluiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekloven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kluiven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekloven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekloven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekloven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kluiven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kluiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kluiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kluiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekloven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kluiven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kluif

Herkomst

In de betekenis van ‘met de tanden vlees van bot halen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1451

Woordfamilie van kluiven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kluift aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kluiven
kluive aanvoegende wijs kluiven
kluivend onvoltooid deelwoord kluiven
kluivende woordvorm kluiven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kluiven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kluiven

Wat is de betekenis van kluiven?
Kluiven is een werkwoord. De betekenis is: een bot in handen houden en er vlees van afhappen.
Hoe vervoeg ik kluiven?
Zo vervoeg je kluiven zo: de tegenwoordige tijd is kluif, de verleden tijd is kloof en het voltooid deelwoord is gekluifd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kluiven is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. L 3
  3. U 4
  4. I 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kluiven levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. L 3
  3. U 2
  4. I 2
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

kluiven telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kluiven in het kort

kluiven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van kluiven staan er 35 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kluiven bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kluiven: een bot in handen houden en er vlees van afhappen
Deel kluiven — standaardnederlands.nl