klamp
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een plank of lat die haaks of schuin over andere is aangebracht, als deel van de constructie of als houvast voor hand of voet
- een klemconstructie, of een (vaak dubbele) haak waaraan een touw (tijdelijk) kan worden belegd/bevestigd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klampen | meervoud |
| klampje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klampjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klampen
- gebiedende wijs van klampen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klampen
Vervoeging van klamp
klamphele werkwoord
Herkomst
Van het Middelnederduitse klampe
Woordfamilie van klamp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klampje | verkleinwoord | klamp |
| klampjes | verkleinwoord meervoud | klamp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klamp zijn vastgelegd.