Naar de inhoud

aanklampen

enteren

aanklampen

werkwoord ˈaɲklɑmpə(n)

Betekenis

  1. enteren
  2. aanspreken, vaak op hinderlijke wijze
  3. aanhaken, zich net aan bij de rest voegen

Hoe spreek je aanklampen uit?

/ˈanjklɑmpən/

Aanklampen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanjklɑmpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
j ja
k kat
l land
ɑ bad
m maan
p pak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanklampen

aanklampenhele werkwoord — klampte aanverleden tijd enkelvoud — klampten aanverleden tijd meervoud — aangeklamptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik klamp aan klampte aan
jij klampt aan klampte aan
hij, zij, het klampt aan klampte aan
wij klampen aan klampten aan
jullie klampen aan klampten aan
zij klampen aan klampten aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te klampen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen klampen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal klampen bijzin, toekomende tijd
aan zou klampen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden klampen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt klampen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen klampen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen klampen bijzin, toekomende tijd
aan zult klampen bijzin, toekomende tijd
aangeklampt verleden tijd, deelwoord
aangeklampt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeklampt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeklampt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeklampt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeklampt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeklampt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeklampt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeklampt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeklampt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeklampt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanklamp bijzin, tegenwoordige tijd
aanklampend onvoltooid, deelwoord
aanklampt bijzin, tegenwoordige tijd
aanklampte bijzin, verleden tijd
aanklampten bijzin, verleden tijd
ben aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangeklampt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangeklampt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangeklampt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangeklampt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangeklampt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangeklampt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangeklampt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangeklampt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangeklampt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangeklampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangeklampt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangeklampt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangeklampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangeklampt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangeklampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeklampt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
klamp aan gebiedende wijs
klampte aan verleden tijd
te hebben aangeklampt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanklampen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangeklampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeklampt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangeklampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeklampt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangeklampt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangeklampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangeklampt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangeklampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangeklampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangeklampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangeklampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangeklampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangeklampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangeklampt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangeklampt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangeklampt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangeklampt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangeklampt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangeklampt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangeklampt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangeklampt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeklampt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangeklampt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangeklampt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeklampt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangeklampt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeklampt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanklampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanklampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanklampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanklampen bijzin, toekomende tijd
zijn aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangeklampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangeklampt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeklampt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeklampt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangeklampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeklampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangeklampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeklampt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeklampt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeklampt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanklampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanklampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanklampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanklampen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanklampen aan zou(dt) klampen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangeklampt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeklampt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeklampt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeklampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangeklampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangeklampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeklampt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeklampt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeklampt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanklampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanklampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanklampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanklampen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangeklampt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeklampt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeklampt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanklampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanklampen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangeklampt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeklampt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeklampt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeklampt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangeklampt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangeklampt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeklampt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeklampt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeklampt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanklampen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanklampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanklampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanklampen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanklampen bijzin, toekomende tijd
zult aangeklampt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘staande houden’ voor het eerst aangetroffen in 1672

Woordfamilie van aanklampen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangeklampt voltooid deelwoord aanklampen
aangeklampte woordvorm aanklampen
aanklamp subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanklampen
aanklampe with-subordinate-clause aanklampen
aanklampend onvoltooid deelwoord aanklampen
aanklampende woordvorm aanklampen
aanklampt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanklampen
aanklampte subordinate-clause, verleden tijd aanklampen
aanklampten subordinate-clause, verleden tijd aanklampen
klamp aan gebiedende wijs aanklampen
klampe aan woordvorm aanklampen
klampen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanklampen
klampt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanklampen
klampte aan verleden tijd aanklampen
klampten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanklampen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanklampen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanklampen

Hoe spreek ik aanklampen uit?
Zo spreek je aanklampen uit: /ˈaɲklɑmpə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanklampen?
Aanklampen is een werkwoord. De betekenis is: enteren. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanklampen?
Zo vervoeg je aanklampen zo: het voltooid deelwoord is aangeklampt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanklampen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. L 3
  6. A 1
  7. M 3
  8. P 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanklampen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. L 3
  6. A 1
  7. M 3
  8. P 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanklampen in het kort

aanklampen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanklampen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanklampen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanklampen: enteren
Deel aanklampen — standaardnederlands.nl