kerven
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- met een scherp voorwerp een insnijding trachten te maken in een hard oppervlak
Vervoeging van kerven
kervenhele werkwoord — kerfdeverleden tijd enkelvoud — kerfdenverleden tijd meervoud — gekerfdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kerf | kerfde |
| jij | kerft | kerfde |
| hij, zij, het | kerft | kerfde |
| wij | kerven | kerfden |
| jullie | kerven | kerfden |
| zij | kerven | kerfden |
Alle 93 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gekerfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekerfd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekerfd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekerfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekerfd | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekerfd | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekerfd | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekerfd | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekerfd | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekerfd | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekerfd | verleden tijd, deelwoord |
| gekorven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekorven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekorven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| gekorven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| gekorven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| gekorven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| gekorven | verleden tijd, deelwoord |
| gekorven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| gekorven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| gekorven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| gekorven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| gekorven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| gekorven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| gekorven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| gekorven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| gekorven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| gekorven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| gekorven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| gekorven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| gekorven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekorven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| gekorven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| gekorven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| gekorven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| gekorven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekerfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekerfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekerfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekerfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekerfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekerfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekerfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekerfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekerfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekerfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekerfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekerfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt gekerfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekerfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekerfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kerf | gebiedende wijs |
| kerfde | verleden tijd |
| kerve | aanvoegende wijs |
| kervend | onvoltooid, deelwoord |
| korf | verleden tijd |
| te hebben gekerfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kerven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kerven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekerfd | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekerfd | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekerfd | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekerfd | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekerfd | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekerfd | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekerfd | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekerfd | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekerfd | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekerfd | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kerven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekerfd | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekerfd | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekerfd | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kerven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekerfd | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kerven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kerf
Herkomst
In de betekenis van ‘insnijdingen maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Woordfamilie van kerven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekerfd | voltooid deelwoord | kerven |
| gekerfde | woordvorm | kerven |
| gekorven | voltooid deelwoord | kerven |
| kerfde | verleden tijd | kerven |
| kerfden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kerven |
| kerft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kerven |
| kerve | aanvoegende wijs | kerven |
| kervend | onvoltooid deelwoord | kerven |
| kervende | woordvorm | kerven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerven zijn vastgelegd.