logo
zelfstandig naamwoord ˈloɣoBetekenis
- verkorting van 'logogram', een abstract symbool van een gemeente, bedrijf, stichting e.d. of een herkenningsteken waarin een naam of afkorting op kunstzinnige wijze is verbeeld
- logisch, natuurlijk
- een abstract symbool van een gemeente, bedrijf, stichting e.d. of een herkenningsteken waarin een naam of afkorting op kunstzinnige wijze is verbeeld
- logogram, beeldmerk, naambeeld
Hoe spreek je logo uit?
/ˈloxo/
Logo bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| o | boot |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- verkorting van "logogram", een abstract symbool van een gemeente, bedrijf, stichting e.d. of een herkenningsteken waarin een naam of afkorting op kunstzinnige wijze is verbeeld clipping
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| logo's | meervoud |
| logootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| logootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vignet’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1982
Woordfamilie van logo
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| logo's | meervoud | logo |
| logootje | verkleinwoord | logo |
| logootjes | verkleinwoord meervoud | logo |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van logo zijn vastgelegd.