brandmerk
zelfstandig naamwoord, werkwoord 'brɑntmɛrkBetekenis
- door branden of schroeien gemaakt merkteken op voorwerp of dier ter herkenning
- door schroeien gemaakt merkteken op een misdadiger, ook in figuurlijke zin
Hoe spreek je brandmerk uit?
/ˈbrɑntmɛrk/
Brandmerk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| m | maan |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brandmerken | meervoud |
| brandmerkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| brandmerkjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brandmerken
- gebiedende wijs van brandmerken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brandmerken
Vervoeging van brandmerk
brandmerkhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van brand en merk , het Engelse brand als commerieel merk komt hier vandaan
Woordfamilie van brandmerk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brandmerkje | verkleinwoord | brandmerk |
| brandmerkjes | verkleinwoord meervoud | brandmerk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brandmerk zijn vastgelegd.