Naar de inhoud

jassen

door(heen) ~: iets snel en slordig afwerken

jassen is meer dan één woord

jassen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. door(heen) ~: iets snel en slordig afwerken
  2. door(heen) ~: snel en verspillend opgebruiken
  3. (aardappels) schillen

werkwoord

  1. [er]door(heen) ~: iets snel en tegelijk meestal slordig afwerken informal, transitive
  2. [er]door(heen) ~: snel en verspillend opgebruiken informal, transitive
  3. eruit ~ iets of iemand ergens wegwerken, de deur uit werken informal, transitive
  4. schillen informal, transitive

Vervoeging van jassen

jassenhele werkwoord — jasteverleden tijd enkelvoud — jastenverleden tijd meervoud — gejastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jas jaste
jij jast jaste
hij, zij, het jast jaste
wij jassen jasten
jullie jassen jasten
zij jassen jasten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gejast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gejast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gejast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gejast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gejast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gejast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gejast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gejast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gejast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gejast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gejast verleden tijd, deelwoord
gejast te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gejast te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gejast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejast te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejast te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejast worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gejast zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gejast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gejast zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gejast zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gejast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gejast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gejast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gejast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gejast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gejast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gejast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gejast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gejast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gejast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gejast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gejast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gejast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jas gebiedende wijs
jasse aanvoegende wijs
jassend onvoltooid, deelwoord
jaste verleden tijd
te hebben gejast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te jassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen jassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gejast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gejast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gejast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gejast voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gejast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gejast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gejast voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gejast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gejast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gejast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gejast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gejast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gejast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gejast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gejast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gejast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gejast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gejast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gejast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gejast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gejast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gejast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gejast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gejast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal jassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal jassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal jassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gejast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gejast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gejast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gejast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gejast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gejast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gejast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou jassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou jassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou jassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gejast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gejast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gejast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gejast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden jassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden jassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden jassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gejast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gejast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gejast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt jassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gejast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gejast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gejast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gejast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen jassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen jassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen jassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen jassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gejast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gejast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gejast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult jassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord jas

Herkomst

In de betekenis van ‘kaartspel’ voor het eerst aangetroffen in 1738

Woordfamilie van jassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gejast voltooid deelwoord jassen
gejaste woordvorm jassen
jasse aanvoegende wijs jassen
jassend onvoltooid deelwoord jassen
jassende woordvorm jassen
jast aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon jassen
jaste verleden tijd jassen
jasten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon jassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jassen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over jassen

Wat is de betekenis van jassen?
Jassen is een werkwoord. De betekenis is: door(heen) ~: iets snel en slordig afwerken. In totaal staan er 7 betekenissen.
Hoe vervoeg ik jassen?
Zo vervoeg je jassen zo: de tegenwoordige tijd is jas, de verleden tijd is jaste en het voltooid deelwoord is gejast. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord jassen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. A 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

jassen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. A 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

jassen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

jassen in het kort

jassen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 7 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van jassen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort jassen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

jassen: door(heen) ~: iets snel en slordig afwerken
Deel jassen — standaardnederlands.nl