jaszak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Een zak in een jas waarin je dingen kunt opbergen of waarin je je handen kunt stoppen om ze warm te houden.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jaszakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| jaszakjes | verkleinwoord, meervoud |
| jaszakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van jas en zak
Woordfamilie van jaszak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jaszakje | verkleinwoord | jaszak |
| jaszakjes | verkleinwoord meervoud | jaszak |
| jaszakken | meervoud | jaszak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jaszak zijn vastgelegd.