pellen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- van zijn omhulsel of dop ontdoen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van pellen
pellenhele werkwoord — peldeverleden tijd enkelvoud — peldenverleden tijd meervoud — gepeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pel | pelde |
| jij | pelt | pelde |
| hij, zij, het | pelt | pelde |
| wij | pellen | pelden |
| jullie | pellen | pelden |
| zij | pellen | pelden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gepeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepeld | verleden tijd, deelwoord |
| gepeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pel | gebiedende wijs |
| pelde | verleden tijd |
| pelle | aanvoegende wijs |
| pellend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pellen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gepeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal pellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gepeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou pellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden pellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt pellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen pellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult pellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord pel
Herkomst
In de betekenis van ‘ontbolsteren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Woordfamilie van pellen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepeld | voltooid deelwoord | pellen |
| gepelde | woordvorm | pellen |
| pelde | verleden tijd | pellen |
| pelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | pellen |
| pelle | aanvoegende wijs | pellen |
| pellend | onvoltooid deelwoord | pellen |
| pellende | woordvorm | pellen |
| pelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | pellen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pellen zijn vastgelegd.