invaren
werkwoordBetekenis
- met een vaartuig een nauw water ingaan
Vervoeging van invaren
invarenhele werkwoord — voer inverleden tijd enkelvoud — voeren inverleden tijd meervoud — ingevarenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vaar in | voer in |
| jij | vaart in | voer in |
| hij, zij, het | vaart in | voer in |
| wij | varen in | voeren in |
| jullie | varen in | voeren in |
| zij | varen in | voeren in |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingevaren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingevaren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingevaren | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingevaren | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingevaren | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingevaren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingevaren | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te varen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen varen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal varen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou varen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden varen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt varen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen varen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen varen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult varen | bijzin, toekomende tijd |
| ingevaren | verleden tijd, deelwoord |
| ingevaren te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingevaren zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| invaar | bijzin, tegenwoordige tijd |
| invaart | bijzin, tegenwoordige tijd |
| invarend | onvoltooid, deelwoord |
| invoer | bijzin, verleden tijd |
| invoeren | bijzin, verleden tijd |
| te hebben ingevaren | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen invaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vaar in | gebiedende wijs |
| voer in | verleden tijd |
| zal ingevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal invaren | bijzin, toekomende tijd |
| zou ingevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou invaren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) invaren in zou(dt) varen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden invaren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingevaren hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt invaren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen invaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen invaren | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingevaren hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult invaren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult invaren | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal invaren in zult/zal varen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in bw en varen ww
Woordfamilie van invaren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingevaren | voltooid deelwoord | invaren |
| invaar | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | invaren |
| invare | with-subordinate-clause | invaren |
| invarend | onvoltooid deelwoord | invaren |
| invarende | woordvorm | invaren |
| vaar in | gebiedende wijs | invaren |
| vaart in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | invaren |
| vare in | woordvorm | invaren |
| varen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | invaren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van invaren zijn vastgelegd.