invoer
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɪɱvurBetekenis
- het invoeren
- hoeveelheid ingevoerde goederen (vanuit het buitenland)
- toevoer van energie of informatie aan een systeem
Hoe spreek je invoer uit?
/ˈɪmvur/
Invoer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| m | maan |
| v | vis |
| u | boek |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- toevoeging van buiten aan een proces
- goederen uit het buitenland het land inbrengen om (soms: na bewerking) te verkopen
- toevoer van energie aan een systeem
- toevoer van informatie aan een systeem
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van invaren
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van invoeren
Vervoeging van invoer
invoerhele werkwoord