inlopen
werkwoord ˈinlopə(n)Betekenis
- een ruimte betreden
- een afstand goedmaken
- tweede betekenisomschrijving.
- enz.
Hoe spreek je inlopen uit?
/ˈinlopən/
Inlopen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| i | riet |
| n | nek |
| l | land |
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van inlopen
inlopenhele werkwoord — liep inverleden tijd enkelvoud — liepen inverleden tijd meervoud — ingelopenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | loop in | liep in |
| jij | loopt in | liep in |
| hij, zij, het | loopt in | liep in |
| wij | lopen in | liepen in |
| jullie | lopen in | liepen in |
| zij | lopen in | liepen in |
Alle 119 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingelopen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingelopen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingelopen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingelopen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingelopen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingelopen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingelopen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingelopen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| in te lopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen lopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal lopen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen lopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen lopen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult lopen | bijzin, toekomende tijd |
| ingelopen | verleden tijd, deelwoord |
| ingelopen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingelopen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingelopen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingelopen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingelopen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingelopen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingelopen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingelopen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingelopen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingelopen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inliep | bijzin, verleden tijd |
| inliepen | bijzin, verleden tijd |
| inliept | bijzin, verleden tijd |
| inloop | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inloopt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inlopend | onvoltooid, deelwoord |
| is ingelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| liep in | verleden tijd |
| loop in | gebiedende wijs |
| te zijn ingelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inlopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingelopen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingelopen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingelopen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingelopen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingelopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingelopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingelopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingelopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingelopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingelopen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inlopen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingelopen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ingelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingelopen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inlopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inlopen in zou(dt) lopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inlopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingelopen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inlopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inlopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inlopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingelopen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ingelopen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult inlopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult inlopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal inlopen in zult/zal lopen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in bw en lopen ww
Woordfamilie van inlopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingelopen | voltooid deelwoord | inlopen |
| inliep | subordinate-clause, verleden tijd | inlopen |
| inliepen | subordinate-clause, verleden tijd | inlopen |
| inloopt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inlopen |
| inlope | with-subordinate-clause | inlopen |
| inlopend | onvoltooid deelwoord | inlopen |
| inlopende | woordvorm | inlopen |
| liep in | verleden tijd | inlopen |
| liepen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inlopen |
| loop in | gebiedende wijs | inlopen |
| loopt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inlopen |
| lope in | woordvorm | inlopen |
| lopen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inlopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inlopen zijn vastgelegd.