inloopuur
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een tijdsperiode waarin men iemand (met name een hulpverlener of bestuurder) kan bezoeken zonder vooraf een afspraak gemaakt te hebben
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inloopuren | meervoud |
| inloopuurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| inloopuurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van inlopen ww en uur zn
Woordfamilie van inloopuur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inloopuren | meervoud | inloopuur |
| inloopuurtje | verkleinwoord | inloopuur |
| inloopuurtjes | verkleinwoord meervoud | inloopuur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inloopuur zijn vastgelegd.