inloop
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɪnlopBetekenis
- herhaald veelvuldig bezoek
- vrije toegang op een daarvoor vastgestelde tijd
Hoe spreek je inloop uit?
/ˈɪnlop/
Inloop bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| l | land |
| o | boot |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van inlopen
Vervoeging van inloop
inloophele werkwoord
Herkomst
zn: van Middelnederlands inloop; naamwoord van handeling van inlopen ww , zonder -en