indoen
werkwoordBetekenis
- inbrengen, invoeren
Vervoeging van indoen
indoenhele werkwoord — deed inverleden tijd enkelvoud — deden inverleden tijd meervoud — ingedaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doe in | deed in |
| jij | doet in | deed in |
| hij, zij, het | doet in | deed in |
| wij | doen in | deden in |
| jullie | doen in | deden in |
| zij | doen in | deden in |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| deed in | verleden tijd |
| doe in | gebiedende wijs |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingedaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingedaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingedaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingedaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingedaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te doen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen doen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal doen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou doen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden doen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt doen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen doen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen doen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult doen | bijzin, toekomende tijd |
| indeden | bijzin, verleden tijd |
| indeed | bijzin, verleden tijd |
| indoe | bijzin, tegenwoordige tijd |
| indoend | onvoltooid, deelwoord |
| indoet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ingedaan | verleden tijd, deelwoord |
| ingedaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingedaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben ingedaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen indoen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal indoen | bijzin, toekomende tijd |
| zal ingedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou indoen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou ingedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) indoen in zou(dt) doen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden indoen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt indoen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen indoen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen indoen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen ingedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult indoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult indoen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal indoen in zult/zal doen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in en doen
Woordfamilie van indoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deden in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | indoen |
| deed in | verleden tijd | indoen |
| doe in | gebiedende wijs | indoen |
| doen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | indoen |
| doet in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | indoen |
| indeden | subordinate-clause, verleden tijd | indoen |
| indeed | subordinate-clause, verleden tijd | indoen |
| indoe | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | indoen |
| indoend | onvoltooid deelwoord | indoen |
| indoende | woordvorm | indoen |
| indoet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | indoen |
| ingedaan | voltooid deelwoord | indoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indoen zijn vastgelegd.