Naar de inhoud

indoctrineren

dwingen om bepaalde opvattingen te aanvaarden

indoctrineren

werkwoord

Betekenis

  1. dwingen om bepaalde opvattingen te aanvaarden

Vervoeging van indoctrineren

indoctrinerenhele werkwoord — indoctrineerdeverleden tijd enkelvoud — indoctrineerdenverleden tijd meervoud — geïndoctrineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik indoctrineer indoctrineerde
jij indoctrineert indoctrineerde
hij, zij, het indoctrineert indoctrineerde
wij indoctrineren indoctrineerden
jullie indoctrineren indoctrineerden
zij indoctrineren indoctrineerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïndoctrineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïndoctrineerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïndoctrineerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïndoctrineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïndoctrineerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïndoctrineerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïndoctrineerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïndoctrineerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïndoctrineerd verleden tijd, deelwoord
geïndoctrineerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïndoctrineerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïndoctrineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïndoctrineerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïndoctrineerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïndoctrineerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïndoctrineerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïndoctrineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïndoctrineerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïndoctrineerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïndoctrineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
indoctrineer gebiedende wijs
indoctrineerde verleden tijd
indoctrinere aanvoegende wijs
indoctrinerend onvoltooid, deelwoord
is geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïndoctrineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te indoctrineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen indoctrineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïndoctrineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïndoctrineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïndoctrineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïndoctrineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïndoctrineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïndoctrineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïndoctrineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïndoctrineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïndoctrineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïndoctrineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïndoctrineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïndoctrineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïndoctrineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïndoctrineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïndoctrineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïndoctrineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïndoctrineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïndoctrineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïndoctrineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïndoctrineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïndoctrineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïndoctrineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïndoctrineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïndoctrineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïndoctrineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïndoctrineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïndoctrineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïndoctrineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïndoctrineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïndoctrineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïndoctrineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïndoctrineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïndoctrineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïndoctrineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïndoctrineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïndoctrineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïndoctrineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïndoctrineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïndoctrineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïndoctrineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïndoctrineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïndoctrineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïndoctrineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïndoctrineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïndoctrineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïndoctrineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïndoctrineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïndoctrineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïndoctrineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïndoctrineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïndoctrineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïndoctrineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen indoctrineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïndoctrineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïndoctrineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïndoctrineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult indoctrineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘inprenten (van opvattingen)’ voor het eerst aangetroffen in 1966

Woordfamilie van indoctrineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïndoctrineerd voltooid deelwoord indoctrineren
geïndoctrineerde woordvorm indoctrineren
indoctrineer gebiedende wijs indoctrineren
indoctrineerde verleden tijd indoctrineren
indoctrineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon indoctrineren
indoctrineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon indoctrineren
indoctrinere aanvoegende wijs indoctrineren
indoctrinerend onvoltooid deelwoord indoctrineren
indoctrinerende woordvorm indoctrineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indoctrineren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over indoctrineren

Wat is de betekenis van indoctrineren?
Indoctrineren is een werkwoord. De betekenis is: dwingen om bepaalde opvattingen te aanvaarden.
Hoe vervoeg ik indoctrineren?
Zo vervoeg je indoctrineren zo: de tegenwoordige tijd is indoctrineer, de verleden tijd is indoctrineerde en het voltooid deelwoord is geïndoctrineerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord indoctrineren is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. O 1
  5. C 5
  6. T 2
  7. R 2
  8. I 1
  9. N 1
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

indoctrineren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. D 2
  4. O 1
  5. C 5
  6. T 2
  7. R 2
  8. I 2
  9. N 1
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 23 zonder bonus
  15. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

indoctrineren in het kort

indoctrineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van indoctrineren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort indoctrineren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

indoctrineren: dwingen om bepaalde opvattingen te aanvaarden
Deel indoctrineren — standaardnederlands.nl