indoctrineren
werkwoordBetekenis
- dwingen om bepaalde opvattingen te aanvaarden
Vervoeging van indoctrineren
indoctrinerenhele werkwoord — indoctrineerdeverleden tijd enkelvoud — indoctrineerdenverleden tijd meervoud — geïndoctrineerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | indoctrineer | indoctrineerde |
| jij | indoctrineert | indoctrineerde |
| hij, zij, het | indoctrineert | indoctrineerde |
| wij | indoctrineren | indoctrineerden |
| jullie | indoctrineren | indoctrineerden |
| zij | indoctrineren | indoctrineerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïndoctrineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïndoctrineerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïndoctrineerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïndoctrineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïndoctrineerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïndoctrineerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïndoctrineerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïndoctrineerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïndoctrineerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïndoctrineerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïndoctrineerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïndoctrineerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïndoctrineerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïndoctrineerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïndoctrineerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïndoctrineerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïndoctrineerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïndoctrineerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïndoctrineerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïndoctrineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| indoctrineer | gebiedende wijs |
| indoctrineerde | verleden tijd |
| indoctrinere | aanvoegende wijs |
| indoctrinerend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïndoctrineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te indoctrineren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen indoctrineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïndoctrineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïndoctrineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïndoctrineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïndoctrineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïndoctrineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïndoctrineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïndoctrineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïndoctrineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïndoctrineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïndoctrineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïndoctrineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïndoctrineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïndoctrineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïndoctrineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïndoctrineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïndoctrineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïndoctrineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïndoctrineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïndoctrineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïndoctrineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïndoctrineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïndoctrineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïndoctrineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïndoctrineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïndoctrineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïndoctrineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïndoctrineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïndoctrineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïndoctrineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïndoctrineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïndoctrineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïndoctrineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïndoctrineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïndoctrineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïndoctrineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïndoctrineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïndoctrineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïndoctrineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïndoctrineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïndoctrineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïndoctrineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïndoctrineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïndoctrineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïndoctrineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïndoctrineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïndoctrineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïndoctrineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïndoctrineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïndoctrineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïndoctrineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïndoctrineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïndoctrineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen indoctrineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïndoctrineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïndoctrineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïndoctrineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult indoctrineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘inprenten (van opvattingen)’ voor het eerst aangetroffen in 1966
Woordfamilie van indoctrineren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïndoctrineerd | voltooid deelwoord | indoctrineren |
| geïndoctrineerde | woordvorm | indoctrineren |
| indoctrineer | gebiedende wijs | indoctrineren |
| indoctrineerde | verleden tijd | indoctrineren |
| indoctrineerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | indoctrineren |
| indoctrineert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | indoctrineren |
| indoctrinere | aanvoegende wijs | indoctrineren |
| indoctrinerend | onvoltooid deelwoord | indoctrineren |
| indoctrinerende | woordvorm | indoctrineren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indoctrineren zijn vastgelegd.