Naar de inhoud

insteken

een scherp voorwerp inbrengen

insteken is meer dan één woord

insteken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een scherp voorwerp inbrengen
  2. ingebracht zitten

werkwoord

  1. investeren

Vervoeging van insteken

instekenhele werkwoord — stak inverleden tijd enkelvoud — staken inverleden tijd meervoud — ingestokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik steek in stak in
jij steekt in staakt in
hij, zij, het steekt in stak in
wij steken in staken in
jullie steken in staken in
zij steken in staken in
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is ingestoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingestoken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingestoken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingestoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingestoken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingestoken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingestoken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingestoken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingestoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingestoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingestoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingestoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingestoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingestoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingestoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te steken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen steken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal steken bijzin, toekomende tijd
in zou steken bijzin, voorwaardelijk
in zouden steken bijzin, voorwaardelijk
in zoudt steken bijzin, voorwaardelijk
in zullen steken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen steken bijzin, toekomende tijd
in zult steken bijzin, toekomende tijd
ingestoken verleden tijd, deelwoord
ingestoken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingestoken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
instaakt bijzin, verleden tijd
instak bijzin, verleden tijd
instaken bijzin, verleden tijd
insteek bijzin, tegenwoordige tijd
insteekt bijzin, tegenwoordige tijd
instekend onvoltooid, deelwoord
stak in verleden tijd
steek in gebiedende wijs
te hebben ingestoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen insteken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ingestoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingestoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal insteken bijzin, toekomende tijd
zou ingestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou insteken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) insteken in zou(dt) steken bijzin, voorwaardelijk
zouden ingestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden insteken bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingestoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt insteken bijzin, voorwaardelijk
zullen ingestoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingestoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen insteken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen insteken bijzin, toekomende tijd
zult ingestoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult insteken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult insteken bijzin, toekomende tijd
zult/zal insteken in zult/zal steken bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord insteek

Herkomst

samenstelling van in en steken

Woordfamilie van insteken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingestoken voltooid deelwoord insteken
instak subordinate-clause, verleden tijd insteken
instaken subordinate-clause, verleden tijd insteken
insteekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd insteken
insteke with-subordinate-clause insteken
instekend onvoltooid deelwoord insteken
instekende woordvorm insteken
stak in verleden tijd insteken
staken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon insteken
steek in gebiedende wijs insteken
steekt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon insteken
steke in woordvorm insteken
steken in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon insteken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van insteken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over insteken

Wat betekent insteken?
Insteken is een werkwoord. Het woord betekent: een scherp voorwerp inbrengen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je insteken?
Je vervoegt insteken als volgt: het voltooid deelwoord is ingestoken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord insteken is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

insteken levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

insteken in het kort

insteken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van insteken zijn 55 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort insteken bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

insteken: een scherp voorwerp inbrengen
Deel insteken — standaardnederlands.nl