Naar de inhoud

inbrengen

naar binnen brengen

inbrengen is meer dan één woord

inbrengen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɪmbrɛŋə(n)

Betekenis

  1. naar binnen brengen
  2. bijdragen aan een gezamenlijke pot, doel of spel
  3. voorstellen
  4. onder de grond brengen

Hoe spreek je inbrengen uit?

/ˈɪmbrɛŋən/

Inbrengen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪmbrɛŋən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
m maan
b bak
r rood
ɛ bed
ŋ ding
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inbrengen

inbrengenhele werkwoord — bracht inverleden tijd enkelvoud — brachten inverleden tijd meervoud — ingebrachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik breng in bracht in
jij brengt in bracht in
hij, zij, het brengt in bracht in
wij brengen in brachten in
jullie brengen in brachten in
zij brengen in brachten in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bracht in verleden tijd
breng in gebiedende wijs
er is ingebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingebracht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingebracht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingebracht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingebracht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingebracht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingebracht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te brengen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal brengen bijzin, toekomende tijd
in zou brengen bijzin, voorwaardelijk
in zouden brengen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt brengen bijzin, voorwaardelijk
in zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen brengen bijzin, toekomende tijd
in zult brengen bijzin, toekomende tijd
inbracht bijzin, verleden tijd
inbrachten bijzin, verleden tijd
inbreng bijzin, tegenwoordige tijd
inbrengend onvoltooid, deelwoord
inbrengt bijzin, tegenwoordige tijd
ingebracht verleden tijd, deelwoord
ingebracht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingebracht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingebracht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebracht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebracht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingebracht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingebracht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingebracht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingebracht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingebracht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inbrengen bijzin, toekomende tijd
zal ingebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingebracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inbrengen bijzin, voorwaardelijk
zou ingebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) inbrengen in zou(dt) brengen bijzin, voorwaardelijk
zouden inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inbrengen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inbrengen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingebracht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingebracht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen inbrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inbrengen bijzin, toekomende tijd
zullen ingebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingebracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingebracht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult inbrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord inbreng

Herkomst

samenstelling van in en brengen

Woordfamilie van inbrengen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bracht in verleden tijd inbrengen
brachten in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inbrengen
breng in gebiedende wijs inbrengen
brenge in woordvorm inbrengen
brengen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inbrengen
brengt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inbrengen
inbracht subordinate-clause, verleden tijd inbrengen
inbrachten subordinate-clause, verleden tijd inbrengen
inbrenge with-subordinate-clause inbrengen
inbrengend onvoltooid deelwoord inbrengen
inbrengende woordvorm inbrengen
inbrengt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inbrengen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inbrengen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over inbrengen

Hoe spreek ik inbrengen uit?
Zo spreek je inbrengen uit: /ˈɪmbrɛŋə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van inbrengen?
Inbrengen is een werkwoord. De betekenis is: naar binnen brengen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inbrengen?
Zo vervoeg je inbrengen zo: het voltooid deelwoord is ingebracht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inbrengen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. B 3
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inbrengen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. B 4
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inbrengen in het kort

inbrengen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inbrengen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inbrengen bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inbrengen: naar binnen brengen
Deel inbrengen — standaardnederlands.nl