inbrengen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɪmbrɛŋə(n)Betekenis
- naar binnen brengen
- bijdragen aan een gezamenlijke pot, doel of spel
- voorstellen
- onder de grond brengen
Hoe spreek je inbrengen uit?
/ˈɪmbrɛŋən/
Inbrengen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| m | maan |
| b | bak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van inbrengen
inbrengenhele werkwoord — bracht inverleden tijd enkelvoud — brachten inverleden tijd meervoud — ingebrachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | breng in | bracht in |
| jij | brengt in | bracht in |
| hij, zij, het | brengt in | bracht in |
| wij | brengen in | brachten in |
| jullie | brengen in | brachten in |
| zij | brengen in | brachten in |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bracht in | verleden tijd |
| breng in | gebiedende wijs |
| er is ingebracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingebracht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingebracht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingebracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingebracht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingebracht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingebracht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingebracht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te brengen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal brengen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen brengen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult brengen | bijzin, toekomende tijd |
| inbracht | bijzin, verleden tijd |
| inbrachten | bijzin, verleden tijd |
| inbreng | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inbrengend | onvoltooid, deelwoord |
| inbrengt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ingebracht | verleden tijd, deelwoord |
| ingebracht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingebracht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingebracht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingebracht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingebracht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingebracht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingebracht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingebracht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingebracht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingebracht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inbrengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inbrengen | bijzin, toekomende tijd |
| zal ingebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou ingebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) inbrengen in zou(dt) brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen inbrengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inbrengen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen ingebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult inbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord inbreng
Herkomst
samenstelling van in en brengen
Woordfamilie van inbrengen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bracht in | verleden tijd | inbrengen |
| brachten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inbrengen |
| breng in | gebiedende wijs | inbrengen |
| brenge in | woordvorm | inbrengen |
| brengen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inbrengen |
| brengt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inbrengen |
| inbracht | subordinate-clause, verleden tijd | inbrengen |
| inbrachten | subordinate-clause, verleden tijd | inbrengen |
| inbrenge | with-subordinate-clause | inbrengen |
| inbrengend | onvoltooid deelwoord | inbrengen |
| inbrengende | woordvorm | inbrengen |
| inbrengt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inbrengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inbrengen zijn vastgelegd.